Indonesië is een smeltkroes van vele stammen, elk met hun eigen cultuur, tradities, riten, godsdienst, taal, muziek, dansen en feesten eilanden. Een grandioos vakantieland met een heerlijke keuken, dat garant staat voor een fantastische belevenis.
De
Republiek Indonesië is ongeveer 60 x Nederland met
een inwonertal van ruim 210 miljoen mensen. Hiervan
is 85% Moslim en 10% Christen. De rest Boedhist of
Hindoe.
Indonesië is verdeeld in 26 provincies. Iedere
provincie heeft een gouverneur. Op 17 augustus 1945
werd de onafhankelijkheid geproclameerd door
Soekarno. Op 27 december 1949 werd de soevereiniteit
door Nederland overgedragen aan de Federatie van de
Verenigde Staten van Indonesië. Op 17 augustus 1950
veranderde deze in de Republiek Indonesia. Soekarno
werd de eerste president van de republiek. In 1965
kwam door een mislukte staatsgreep van de PKI
(communistische partij) een einde aan zijn bewind.
In de nacht van 30 september op 01 oktober 1965
werden zes generaals vermoord. Daarop nam Generaal
Suharto het heft in handen. In maart 1966 droeg
Soekarno zijn bevoegdheden over aan Suharto. Suharto
werd in 1967 tot waarnemend president benoemd door
het voorlopig Volkscongres en in 1968 werd hij
president. De Orde Baru ( Nieuwe Orde) was geboren.
Het accent hiervan werd gelegd op politieke
stabiliteit en economische groei. Op welke wijze
Suharto in 1998 werd opgevolgd door Habibie is in
alle media breeduit gemeten. Hoe het Habibie
vervolgens is vergaan als president was te lezen in
iedere krant en te zien op tv, evenals de wijze
waarop Wahid (Gus Dur) werd gekozen en ook weer werd
afgezet.
Megawati Sukarnoputri, een dochter van de 1ste
president van Indonesië, is nu president.


Jakarta (ook Djakarta) is de hoofdstad en regeringszetel van de Republiek Indonesië. Het ligt op de noord-westkust van het eiland Java. Het officiële inwonertal van Jakarta bedraagt 9.792.000 (per 2004)
Klik hier voor meer informatie Jakarta
EILANDEN
BALIBali kunnen we eigenlijk alleen in superlatieven beschrijven. Het is een prachtig eiland met een heuvelachtig landschap, duizenden terrasvormig aangelegde sawa's en zonovergoten stranden met uitstekende hotels. Een waardige vakantiebestemming op zichzelf. Het hindoeïsme dringt tot alle aspecten van het leven door. Hieraan dankt Bali ook zijn bijnaam van Eiland der Goden.
Kuta Beach is het mooiste en breedste strand van heel Bali. Kuta is een gonzend, levendig en langgerekt plaatsje. Dit is het enige echte uitgaanscentrum op Bali.
Een andere populaire badplaats is Sanur Beach. Het uitstekende strand wordt omgeven door goede hotels waarin het aangenaam toeven is. Rondom deze hotels is een levendig plaatsje ontstaan met druk bezochte restaurants, kunst- en kunstnijverheidswinkeltjes.
Bent op zoek naar rust en luxe dan is Nusa Dua met haar brede zandstrand aan de zuidpunt van Bali de keuze bij uitstek. Buiten de luxe hotelcomplexen is er een gering aantal winkeltjes en restaurants.
Kaart
Bali
JAVA
Java heeft de bezoeker veel te bieden. Allereerst
natuurlijk de hoofdstad van Indonesië, Jakarta. De
belangrijkste bezienwaardigheden in de hoofstad zijn
de 'benedenstad' met de Pasar Ikan, de oude haven
Sunda Kelapa en de oude VOC-panden.
Vervolgens Bandung, met in de buurt de interessante
reisdoelen Bogor, Puncak en de vulkaan Tangkuban
Perahu. Midden-Java biedt u, naast het
natuurreservaat Pananjung aan de Indische Oceaan,
het Diengplateau met de resten van een
hindoeïstische tempelstad en de Borobudur, de
grootste boeddhistische tempel van Zuidoost-Azië. Op
deze rondreis bezoekt u ook Yogyakarta, met de
Kraton, haar veelzijdige kunstnijverheid en de
indrukwekkende vulkanen, zoals de Bromo.
Klik hier voor meer informatie over Java
kaart
Java
Sumatra, een eiland met vele plantages, regenwouden,
rokende vulkanen, lieflijke valleien, indrukwekkende
kratermeren en kleurrijke bevolkingsgroepen als de
Batakkers en de Minangkabauers. Een absolute must.
De belangrijkse aanvlieghaven van Sumatra is Medan.
U kunt hier onder meer een bezoek brengen aan het
Maimunpaleis van de Sultan van Deli, de Chinese
tempel en de Grote Moskee.
Een absolute must is de orang-oetang rehabilitatie
centrum van Bohorok. Het ligt in de jungle aan de
rand van een nationaal park.
Vervolgens Samosir, het eiland dat in het bekende
blauwgroen Tobameer ligt. Vanuit Parapat is dit
eiland per boot te bereiken.
Bukittinggi ligt ten zuiden van de evenaar in het
koele Minangkabause Hoogland, dat wordt gevormd door
de vulkanen Merapi en Singgalang. U kunt hier o.a.
de oude Fort de Kock, de diepe bergkloof Ngarai
Sianok (Karbouwengat) en in de omgeving het grote
Maninjau-meer bezoeken.
kaart
Sumatra

Prehistorie
Opgravingen die tussen 1931 en 1941op Java zijn gedaan laten zien dat er zo'n 600.000 jaar geleden een verre voorouder van de mens, de Meganthropus palaeo-javanicus, bekender als de Javamens op dit eiland rondliep.
Ook in het Mesolithicum, toen de weg overland al reeds lang verdwenen was, bleven volkeren vanuit Zuid-Oostazië de archipel binnenkomen. De volkeren die zich in deze periode in de archipel vestigen worden grofweg verdeeld in de paleo-melanesoïden en de mongloïden. De paleo-melanesoïden hadden een donkere huid en kroeshaar, de mongloïden een lichtere huidskleur en sluik haar.
De zeevarende maleiers, afkomstig uit het huidige Indo-China, vestigden zich in de Brons en ijzertijd in de vlakke kuststreken van Java, Sumatra en andere eilanden. Opgravingen hebben aangetoond dat ze de techniek van het vuurmaken beheersten, en leefden van de jacht en visvangst en wat ze in hun omgeving aan voedsel konden verzamelen.
Het Neolithicum
Tussen 3500 en 2500 vindt de overgang tussen het mesolithicum en het neolithicum plaats. Het nomadenbestaan werd opgegeven en geavanceerde landbouwtechnieken maakten het mogelijk permanent op een plek te blijven. Men neemt aan dat in deze periode de ontwikkeling van de terrasgewijs aangelegde irrigatievelden plaatsvond. Er werd echter nog geen rijst maar taro verbouwd, een soort knolgewas. Wel kende men droge rijstbouw. Huisdieren als honden deden hun intrede en het weefgetouw werd ontwikkeld. De voorouders van de Mentawai van Sumatra, de Marand-Anim van Irian en de Timorese Atoni kwamen tijdens het neolithicum vanuit het Aziatische vasteland naar Indonesië.
Van ongeveer 850 tot 700 v. Chr. woonden de voorouders van de Indonesiërs in Yunnan (Zuid-China) en het noordoostelijke deel van Vietnam en Laos. Misschien opgedreven door de volkeren die in die tijd deelnamen aan de grote volksverhuizingen van Midden-Europa en de Balkan trok deze groep naar het zuiden. Ze kenden een monumentale kunststijl met weinig ornamentiek. Een van de belangrijkste gevolgen van het contact met de Dongson cultuur van Vietnam was de invoer van de natte rijstbouw. Deze natte rijstcultuur bracht met zich mee dat groepen mensen hun nomaden bestaan opgaven, omdat het instandhouden van de irrigatiesystemen en het bewerken van de velden permanente aanwezigheid vereistte.
Boeddhisme en Hindoeisme
Immigranten uit India brachten nieuwe religies zoals het Boeddhisme en het Hindoeïsme met zich mee. Rond 250 v. Chr. verspreidde Asjoka, de beroemde koning van India, het boedhhisme over Azië. Vanuit Ceylon vond de religie een weg naar het zuiden. Onduidelijk is echter nog via welke weg het boeddhisme naar de archipel is gekomen. Waarschijnlijk zijn het Indonesische handelaren geweest die de religie geimporteerd hebben. Dat mensen vanuit India het geloof met harde hand over de eilandbewoners verspreid hebben lijkt uitgesloten. Het oudste bewijs van de aanwezigheid van het hindoeïsme in Indonesië vormt de Pallawatekst in Sanskrit op vier stenen yupa's (pilaren) die in Kalimantan is gevonden.
Rond het jaar 1000 komen op Java en Sumatra vorstendommen op die handel drijven met andere gebieden in Azië. Deze vorstendommen bleken een hoogontwikkelde cultuur te hebben die sterk onder de invloed van India stond.
Sriwijaya
Sjriwijaya was de eerste grote staat die de archipel gekend heeft. Deze zeevarende mogendheid had zijn basis in het zuiden van Sumatra en beheerste van de 7de tot de 12de eeuw het handelsverkeer in de Straat van Malakka en Sunda.
De Sailendra dynastie
Ongeveer in dezelfde periode als de opkomst van het Sjriwijaya rijk te Zuid-Sumatra ontstonden er op Midden-Java vorstendommen die niet voor elkaar onder wensten te doen in hun bouwijver. De Borubudur is het bekendste van de bouwwerken die ons is overgebleven. Het kolossale monument ten ere van Boeddha is onder de Sailendradynastie (760-820) in de 8e eeuw gebouwd.
Het oude Mataram
Nadat het vorstenhuis Mataram de Sailendras verslagen had, bouwde het het hindoeïstische tempelcomplex Prambanan.
Majapahit
In de 10e eeuw verplaatste de machtscentrum zich naar het oosten, waar in 1292 het koninkrijk Majapahit (1292-1453) werd gesticht. Ten tijde van dit machtige koninkrijk waren het boeddhisme en het hindoeisme op Java al dusdanig met elkaar versmolten, dat de vorsten een synthese van beide godsdiensten, vermengd met het inheemse animisme, aanhing. Majapahit heerste over heel Java en Bali, en na de val van Sriwijaya ook over Zuid-Sumatra. De invloed van Majapahit strekte zich ook uit over andere eilanden. Aan het begin van de 15 eeuw begonnen de fundamenten van het rijk te kraken onder de vijandelijke druk en interne twisten.
De Islam
De Islam deed zijn entree in de archipel omstreeks de 11de eeuw, toen kooplieden uit Arabië en Perzië in de archipel handel dreven. De godsdienst spreidde zich snel uit over Sumatra en Java. Op Bali echter hebben de Hindoes tot op de dag van vandaag hun religie levend weten te houden. Bali werd het toevluchtsoord voor de laatste vorstenzoon van Majapahit en de door de Islam verdreven Hindoe-elite van Java. Op Sumatra en Java onstonden vervolgens verschillende Islamitische vorstendommen zoals de sultanaten van Aceh en Palembang op Sumatra en Mataram op Midden-Java.
Mataram
Aan het einde van de 16e eeuw herrees een nieuwe Mataramse dynastie op het grondgebied van het oude hindoerijk in midden-Java. Hoewel het nieuwe vorstendom islamitisch was hield het vast aan de oude Mataramse hofcultuur. Het rijk wist vanaf het begin van de 17e eeuw het grootste deel van Java te veroveren, maar werd in macht aangetast door de Nederlanders die vanuit Batavia opereerden. In 1755 werd Mataram in twee delen opgesplitst. De rivaliserende vorsten vestigden hun hoven in Solo en Yogyakarta. De komst van de Europeanen
Marco Polo kwam als eerste Europeaan in 1292 op terugreis vanuit China op Sumatra aan. In 1512 zetten de Portugezen voet aan wal op de Molukken en in 1596 bereiken de Hollanders West-Java. Ondanks het feit dat de Portugezen de eersten waren die op de eilanden van de archipel voeren, waren het de Nederlanders die hun gezag er permanent over wisten te laten gelden.
De VOC
Het succes van
de Nederlanders was te danken aan de vereniging van
verschillende handelsmaatschappijen in de Verenigde
Oostindische Compagnie, die in de loop van drie eeuwen
evolueerde in een koloniale mogendheid.
De VOC was de eerste multinational ter wereld, en de
eerste maatschappij op aandelen. Afgezien van een korte
periode van Engelse overheersing in de Napoleontische tijd,
wist Nederland tot de komst van de Japanners in 1942 de
vruchten te plukken van de rijkdommen van de archipel.
Ondanks de enorme aktiviteit van de VOC rond het einde van de 17e eeuw (in 1670 had de maatschappij 123 Oostinjevaarders in de vaart) bleef de invloed van de Nederlanders buiten Java en de Molukken gering. De invloed beperkte zich ook op die eilanden tot de kustplaatsen waarmee direkt handel werd gedreven. Wel verlangde de VOC regelmatig leveranties van de vorsten en de lagere hoofden, de regenten, van de kustgebieden die rechtstreeks onder nederlands gezag stonden.
De verdeling van Mataram in de tweede helft van de 18e eeuw bevestigde de overheersende machtspositie van de Nederlanders.
Het faillisement van de VOC
De VOC moest het in de 18e eeuw vooral hebben van de handel tussen de verschillende eilanden en landen in Azië, en dit werd in de loop der jaren steeds minder winstgevend. Het is dan ook deels hieraan te danken, en niet enkel aan kostbare militaire operaties en het veelbesproken corrupte gedrag van de VOC. ambtenaren, dat het handelslichaam in 1799 uiteindelijk failliet werd verklaard. De Nederlandse regering besloot vervolgens de bezittingen van de handelsmaatschappij over te nemen.
De Nederlandse Staat neemt het over
Na het faillisement van de VOC was het met de onafhankelijkheid van de inlandse vorsten gedaan. Maarschalk Daendels (1808-1811), de eerste gouverneur-generaal, beschouwde de vorsten als vazallen en behandelde ze ook zo. Er werden meer Nederlandse troepen naar het gebied gestuurd en opstanden bloedig neergeslagen.
Het Engelse Interregnum (1811-1816)
Toen Nederland door de Fransen werd ingelijfd, bezette Engeland Nederlands-Indië. De weerstand die Daendels opvolger, generaal J.W. Janssens, tegen de Britten die te Batavia landden kon bieden was gering. Op 17 september capituleerde hij in de buurt van Salatiga. Tijdens de relatief korte periode van het engelse tussenbewind werden tal van hervormingen doorgevoerd, zoals de instelling van de landrente. Deze ijver komt geheel op rekening van Thomas Stamford Raffles, de luitenant-generaal van Java die later Singapore zou stichten.
Het Nederlandse gouvernement vanaf 1816
In augustus 1816 gaven de Engelsen bij verdrag de eilanden terug aan Nederland. Het Nederlandse gouvernement borduurde voort op de politiek van Raffles en zijn Nederlandse voorgangers. De koloniale overheersing zou vanaf dit moment duidelijk en pijnlijk merkbaar worden voor de Indonesische bevolking. Men ging over tot het heffen van hoge belastingen. Gevolg was dat her en der opstanden tegen het gouvernement uitbraken, die uiteindelijk hun climax vonden in de Java-oorlog die van 1825 tot 1830 duurde. De door de Javaanse prins Diponegoro geleide opstand in Midden-Java kostte 200.000 Javanen en 8000 Europeanen het leven. De oorzaak van de Javaoorlog was een opeenhoping van overtredingen tegen de Javaanse adat door het Nederlandse gouvernement. Prins Diponegoro, die zich gepasseerd voelde bij een opvolgingskwestie, kwam in opstand toen de Nederlanders bij het traceren van een nieuwe weg het graf van een heilige schonden. Na lang gemediteerd te hebben in een grot aan de zuidkust van Java ging hij tot aktie over. Hij liet de landmeterspalen langs de in aanbouw zijnde weg vervangen door lansen en beval zijn volgelingen over te gaan tot de Heilige Oorlog; de Perang Sabil, tegen de Nederlanders. Met een list, men nodigde Diponegoro voor onderhandelingen uit, wist het gouvernement de prins uiteindelijk gevangen te nemen, waarmee de opstand gebroken was.
Het Cultuurstelsel
Mede door Java-oorlog waren de economische problemen waarmee de Nederlandse regering te kampen had enorm. In 1830 nam men het besluit over te gaan tot het beruchte cultuurstelsel. De Javaanse dorpen moesten een deel van hun land (eerst 20 en later 33 procent) bebouwen met exportgewassen voor het gouvernement. Voor deze gewassen, met name koffie, suiker en indigo, betaalde de Nederlanders een vastgestelde lage prijs. Voor Nederland was de invoering van het stelsel, in een tijd dat de wereldhandel enorm aantrok, een geweldig succes. Voor de Javaanse boer betekende het echter bittere ellende. Doordat hij te weinig land overhield om eigen voedsel te verbouwen stierven duizenden Javanen de hongersdood, terwijl volgeladen schepen vanaf Java richting Europa vertrokken. Heel Java werd een groot werkkamp in dienst van de Nederlandse schatkist.
De periode 1870-1920
Nadat in 1870 het cultuurstelsel afgeschaft werd, brak er een nieuwe periode aan waarin Nederland Indië met behulp van westerse kennis en techniek in een rap tempo wenstte te ontwikkelen. Het gouvernement richtte haar energie op de buitengewesten, die voor een groot deel voor de Nederlanders tot dan toe onbekend gebied waren gebleven. Op Sumatra werden grote stukken oerwoud in pacht gegeven aan Europese particuliere ondernemers, die de wildernis omtoverden in rubber, tabak en suikerplantages.
De Plantages
In formele zin betekende de agrarische wet van 1870 een einde van het cultuurstelsel. Er werd nu ruim baan gemaakt voor ongebreideld liberalisme. Op Java betekende dit een uitbreiding van de grootlandbouwondernemingen. Met het einde van het cultuurstelsel en de opening van de Indonesische markt voor particuliere ondernemers nam het aantal Nederlanders in de archipel enorm toe. Telde het jaar 1852 nog 22.000 Nederlanders, in 1900 was dit getal al ruim verdrievoudigd. Dit was mede het gevolg van het feit dat de Nederlandse planters hun gezin naar Indië meenamen of na een aantal jaren liet overkomen.
Het leven in de kolonie
In de beginjaren van de VOC trouwden Hollandse ambtenaren dikwijls met inheemse vrouwen, of leefden samen met aziatische concubines. De kinderen uit deze relaties werden opgenomen in de Europese gemeenschap. Later trouwde de Hollanders liever met vrouwen van gemengd bloed dan met zuiver Indonesische vrouwen. Vanaf 1870, toen het aantal Nederlanders enorm toenam doordat de nieuwe rijken, de planters, hun vrouwen uit Nederland lieten overkomen, nam de status van de Indische Nederlanders af. Alle hoge posten werden bekleed door Nederlanders, zij zouden zich moeten behelpen met ondergeschikte posities in het ambtenarenapparaat.
Na 1920 treed er een verandering op in de koloniale samenleving. Vanaf die tijd kwamen grote aantallen ambtenaren, nodig voor het door de ethische politiek ingewikkelder geworden binnenlands bestuur, Nederlands-Indië binnen. Het verschil lag daarin dat deze nieuwkomers in tegenstelling tot de Europeanen die voor 1920 waren gekomen, hun gezinnen meenamen en daardoor -afgezien van hun huispersoneel- nauwelijks contact hadden met de Indonesiërs. Hun voorgangers hadden dit wel, doordat ze of van gemengd bloed waren of met een inlandse waren getrouwd. Tot aan de Tweede Wereldoorlog zouden deze nieuwkomers de maatschappelijke bovenlaag van de maatschappij gaan vormen. Hun geïsoleerde positie droeg er toe bij dat men weinig begreep van de aard van de inheemse bevolking, iets wat zich vooral na de oorlog zou laten gelden.
De manier van leven van de Nederlanders in de kolonie stond vaak in schril contrast met het leven in Nederland. De zucht naar vertier was groot, geen cent werd gespaard aan uiterlijkheden. In van alle gemakken voorziene landhuizen liet men zich bedienen door een heel regiment aan huispersoneel en mat men zich een levensstijl aan waar de oude Romeinen misschien jaloers op zouden zijn geweest. Natuurlijk was dit niet bij iedereen zo, vooral in het begin leefden de planters zeer sober en eenvoudig, maar naarmate de onderneming zijn vruchten begon af te werpen, ging men het vertier in de grote steden zoeken.
Buiten de huisbedienden onderhield men nauwelijks contact met de lokale bevolking. De kloof tussen de Nederlanders en de Indonesiërs groeide gestaag en slechts weinigen hadden oog voor de erbarmelijke omstandigheden waarin de Indonesische bevolking leefde. In feite wenste men niet te tornen aan de status quo, bewust werd het onderwijs aan de Javanen op een laag pitje gehouden. Wat dat betreft had het afschaffen van het cultuurstelsel weinig verbeterd aan de positie van de Javaanse boer. Nog altijd moest hij landrente betalen en door een snelle bevolkingsaanwas moesten er steeds meer monden gevoed worden.
Uiteindelijk waren het de Nederlanders in het moederland, en niet de kolonialen, die het opnamen voor de Indonesiërs. De regering besloot tot investeringen in het onderwijs, de gezondheidszorg, de landbouw en de infrastructuur in Nederlands-Indië.
Opkomst van het Nationalisme
In 1912 werd de Sarekat Islam opgericht door Javaanse kooplieden. In 1917 werd de Volksraad ingesteld, die een spreekbuis van de wensen van de Indische burgerij moest worden. Onder het voorzitterschap van Sukarno werd in 1927 de Partai Nasionalis Indonesia (PNI) opgericht. Sukarno en soortgenoten werden monddood gemaakt door ze huissarrest te geven of in gevangeniskampen ver van de bewoonde wereld te plaatsen.
De Tweede wereldoorlog
Op 11 januari 1942 landden de eerste Japanse troepen op Nederlands-Indisch grondgebied. De aanval begon in Oost-Borneo en in de Minahasa in Noord-Sulawesi. In hun strijd tegen de Japanners verkeerden de Nederlanders in de veronderstelling dat hun weerstand door de Indonesische bevolking zou worden gewaardeerd, en dat door deze strijd hun gezag over de archipel zou zijn gelegitimeerd. Niets bleek minder waar te zijn.
Door hun invasielijnen van eiland naar eiland te laten lopen, van de Fillipijnen naar Indo-China, van Borneo naar Malakka en Sulawesi en van Sumatra naar Java en de belangrijkste geallieerde bases met slechts een kwart van hun legersterkte aan te vallen, slaagden de Japanners erin de geallieerde gevechtskracht in het Verre Oosten in 122 dagen uit te schakelen.
De Slag in de Javazee
De Slag in de Javazee zou voor de Nederlanders een tragedie van de eerste orde worden. Bij voorbaat stond al vast dat het Nederlands en bondgenootschappelijk smaldeel in dit zeegevecht tegen de Japanse invasiemacht het onderspit zou delven. Vice-admiraal Conrad Helfrich, de opdrachtgever tot de aanval besefte maar al te goed dat de strijd tegen Japan nooit gewonnen zou kunnen worden zonder hulp van Amerikaanse en Britse vlooteenheden; hulp die na Pearl Harbour en de val van Singapore nauwelijks kon worden geboden. Dat hij toch opdracht gaf tot de aanval kwam waarschijnlijk voort uit de gedachte dat het koloniale bewind zijn aanzien bij de Indonesische bevolking zou verliezen wanneer de rijzende zon zonder slag of stoot boven de archipel zou wapperen.
Met de slag in de Javazee en de capitulatie van het Java-leger, gebeurtenissen die binnen tien dagen tijd plaatsvonden, kwam in feite een einde aan de koloniale overheersing. Generaal Douglas Mac Arthur noemde het aan zijn lot overlaten van Nederlands-Indië een van de grootste vergissingen van de oorlog.
De Japanners werkten vanaf het begin van de bezetting hard aan de verwezenlijking van de ‘Groot-Oostaziatische Welvaartssfeer’. Alle westerse (Nederlandse) invloeden moesten uitgebannen worden. De Nederlanders en Indo-Europeanen werden in kampen opgesloten. Tijdens de bezetting hadden de nationalisten aanvankelijk weinig inbreng. Ze kregen ze hun kans pas toen de Japanners inzagen dat ze de oorlog niet meer konden winnen. Op 7 september 1944 van dat jaar stelde Japan de Indonesiërs de onafhankelijkheid van hun land in het vooruitzicht. In dezelfde maand mocht het sinds april 1942 verboden Indonesia Raya (Volkslied) weer gezongen worden en de Indonesische vlag worden gehesen.
De Onafhankelijkheidsoorlog
De eilanden van de archipel hebben in het verleden altijd nauw contact met elkaar gehad. Vooral de kustbewoners van verschillende eilanden vertonen grote overeenkomsten in gebruiken en rituelen. Na 1300 versterkte de islam de gemeenschappelijke band in de archipel. Naast de oude vorstendommen van Java en Sumatra zorgden vooral de Nederlanders ervoor dat de bestuurlijke eenheid die Indonesië nu is, gevormd werd. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog werden de verschillende eilanden automatisch bijeengebracht in hun strijd tegen de gemeenschappelijke vijand.
Formeel bestaat de republiek sinds 17 augustus 1945. Sukarno en Hatta proclameerden toen de onafhankelijkheid vanaf een papiertje met 2 regels vanaf de veranda van Sukarno's woning. Dankzij een bericht van enkele regels in het Algemeen Handelsblad hoorde Nederland een maand later van de proclamatie. Er zouden echter nog vier lange jaren van strijd aan voorafgaan voordat de Nederlanders hun aanspraak op de voormalige kolonieëen lieten varen. Pas in december 1949 was er werkelijk sprake van een souvereine Indonesische staat.
De Japanse troepen die na de overgave nog steeds de dienst uitmaakten in de archipel moesten ervoor zorgen dat de orde en rust gehandhaaft zou blijven tot de Geallieerden het bestuur zouden overnemen. De Japanners hadden moeite met het handhaven van de status quo en de orde toen op 19 september op het koningsplein een enorme menigte om Sukarno en Hatta riep. Sukarno's beheerste optreden en de vastberadenheid van de bevolking beindrukte de Engelsen die er aanwezig waren..
In September 45 werd de engelse bevelhebber in Surabaja gedood. Dit zette Indonesie op de kaart van de vers opgerichte VN. Begin oktober mocht het eerste nederlandse vliegtuig van de geallieerden op Java landen. Aan boord zat dr van Mook. Tussen november 1945 en maart 1946 voerde Nederland zijn eerste offensieve akties uit. Lombok, Bali, Banka en pulau Weh werden bezet.
De Malino Conferentie
In juli 1946 deden de Nederlanders op de Conferentie van Malino (Zuid-Sulawesi) het voorstel om Indonesië, met uitzondering van republikeins gebied op Java en Sumatra, in deelstaten op te delen. Voor veel niet-Javaanse nationalisten was dit geen slecht alternatief voor Sukarno’s republiek. Na de conferentie kon gouverneur-generaal Van Mook vanuit een sterkere positie aan de verdere onderhandelingen met de republikeinen beginnen.
Het akkoord van Linggadjati
Op 12 november kwam van Mook te Linggadjati op West-Java tot een voorlopig akkoord met de republiek. Nederland zou het gezag van de Republiek op Java en Sumatra ‘de facto’ erkennen en de republiek ging akkoord met de vorming van een federatief Indonesië, dat in de vorm van een ‘Unie’ een band met Nederland zou blijven houden. Omdat beide partijen in hun hart iets heel anders wilden, zou het verdrag zou niet lang stand houden. In hun hart wilde beide partijen iets heel anders, en voelden ze zich beperkt door het akkoord.In nederland werd het niet op prijs gesteld dat Sukarno getuige was van het akkoord van Linggardjati.
Aan het einde van hetzelfde jaar werd op Nederlands initiatief de deelstaat Oost-Indonesië uitgeroepen, met Makassar als hoofdstad. De situatie rond de hoofdstad was echter verre van rooskleurig. De anti-Nederlandse guerrilla’s drongen op en dreigden zelfs Makassar te veroveren. De Staat van Oorlog werd uitgeroepen en kapitein Westerling kreeg de opdracht rebellen te ontwapenen en het Nederlandse gezag te herstellen. De acties van deze KNIL-officier en zijn 123 man tellende Depot Speciale Troepen zijn oorlogsmisdaden van de eerste orde geweest.
De Politionele akties
Het optreden van de Nederlandse troepen in de archipel werd door de Nederlandse regering verkocht als een militaire operatie tot herstel van de veiligheid en zekerheid. Omdat een rechtstreekse aanval op Jogyakarta, het regeringscentrum van de Republikeinen, niet geheel in het verkooppraatje paste, werd gekozen voor economische doelen. De operatie, die erop gericht was die gedeelten van Java te veroveren waar de belangrijkste rijstvelden, plantages en fabrieken lagen, kreeg de passende codenaam 'Produkt'. Op 17 en 18 juli 1947 werd in de Nederlandse ministerraad de beslissing genomen operatie `Produkt' ten uitvoer te brengen. Op de Politionele akties, die voor de Nederlanders een succes waren, kwam veel kritiek vanuit de rest van de wereld. Vooral vanwege deze aanhoudende kritiek besloot Nederland zijn claim op haar voormalige kolonie te laten varen.
De souvereiniteitsoverdracht
In december 1949 vond volgens Nederlandse lezing de souvereiniteitsoverdracht aan de deelstaten plaats, die volgens de Indonesiërs neerkwam op de erkenning van de reeds uitgeroepen onafhankelijkheid. Sulawesi werd opgenomen in de deelstaat Oost-Indonesië. Op 17 augustus 1950 maakte de Verenigde staten van Indonesië plaats voor de eenheidsstaat Republik Indonesia. De deelstaat Oost-Indonesië werd opgeheven en Sulawesi in de Republiek Indonesië opgenomen.
Indonesie na 1949
Met het einde van de politionele acties en de overdracht van de soevereiniteit werd het er in de archipel niet rustiger op. In 1950 vonden overal in Indonesië ‘Darul Islam’-opstanden plaats. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog had de fundamentalistische Darul Islam (Huis van de Islam) hard tegen de Nederlanders gevochten. De beweging propageerde het ideaal van een islamitische staat. De islamitische nationalisten waren verbitterd toen de islam geen staatsgodsdienst werd in het nieuwe Indonesië.
Naast
ontevreden moslims was er ook verzet van lokale machthebbers.
De aansluiting bij de republiek betekende in de ogen van een
aantal lokale machthebbers slechts een machtswisseling
tussen Nederland en Java. Voor streken die in de koloniale
periode een voorkeursbehandeling hadden genoten betekende
dit een duidelijke verslechtering. Vooral de Minahassers
weigerden te gehoorzamen aan president Sukarno.
Na de oprichting van de PRRI, de tegenregering, in Padang
(Sumatra) op 15 februari 1958 was Sukarno’s geduld op en
brak er een burgeroorlog uit. Soekarno concentreerde zich op
het weer in het gareel krijgen van de opstandelingen in
Sumatra, maar liet ook Manado op Sulawesi bombarderen. Eind
april gingen de opstandeling over tot een tegenoffensief.
Vijf plaatsen in de archipel werden door wat `ongeidentificeerde
vliegtuigen’ werden genoemd gebombardeerd. Deze waren van de
Filippijnen opgestegen en nadat een neergeschoten piloot de
Amerikaanse nationaliteit bleek te hebben, beschuldigde
Sukarno de PRRI van het aanvaarden van buitenlandse hulp. Na
een weinig succesvolle guerrillastrijd gaven de rebellen op
Noord-Sulawesi zich in 1961 over.
Sukarno's Geleide Democratie
Na de machtsoverdracht nam het ongelofelijke aantal van 170 partijen en partijtjes aan de parlementaire democratie deel. Daartoe behoorden de KPI, die met drie miljoen leden de op twee na grootste communistische partij ter wereld was. Dat dit niet goed kon gaan bewezen de vele elkaar in kort bestek opvolgende regeringen, bestaande uit telkens verschillende koalities. In 1957 schafte Sukarno de parlementaire democratie af. Het was volgens hem tijd voor de Demokrasi terpimpin; de zgn. Geleide Democratie. Nog altijd is de Geleide Democratie van toepassing op de Indonesische politiek. Het verschilt daarin met de parlementaire democratieën van het westen dat besluiten niet door meerderheidsstemmen worden aangenomen, maar door 'musjawara' en 'mufakat', gelijk aan de oude dorpsdemokratie.
Opvallend is dat de communisten in de vijftiger en zestiger jaren zich niet direkt tot de basis, de arme boeren, richtten maar steun voor hun ideeen zochten bij het dorpshoofd. Ook zij, die traditiegetrouw moeten appeleren aan het klassebewustzijn van de onderdrukten in de samenleving beseften donders goed dat de Javaanse boer nooit in zou gaan tegen de wensen van het dorpshoofd.
1965: The Year of Living Dangerously
In de nacht
van 30 september op 1 oktober 1965 werden te Jakarta 6
generaals van de landmacht door hun politieke tegenstanders
vermoord. Bij de moordpartij lieten ook het vijfjarige
dochtertje van generaal Nasution en twee logerende verwanten
van een andere generaal het leven. De moord was een vonk in
een kruitvat.
De officiële versie luidt dat de coup een communistische
staatsgreep was, maar in het buitenland geloven weinigen
daar nog in. De meeste leden van de PKI (Partai Kommunis
Indonesia) wisten van niets en waarschijnlijk was de coup
geen coup tegen Sukarno, maar een slecht voorbereide poging
hem te beschermen tegen een veronderstelde voorgenomen coup
van zijn eigen legerleiding. In elk geval was de coup het
onvermijdelijke failliet van Nasakom, de door Sukarno
afgekondigde doctrine waarin de nationalisten,
godsdienstigen en communisten politiek moesten samenwerken.
Generaal-Majoor Suharto, de commandant van de Strategische
Reserve, had de coup binnen 24 uur neergeslagen. Volgens
sommige historici had hij de voorkennis over de coup
verzwegen en pas ingegrepen toen de generaals, zijn
belangrijkste militaire concurrenten, waren vermoord.
Tegelijkertijd werd de coup aangegrepen om voorgoed een
einde te maken aan de PKI. Het leger, geassisteerd door
islamitische doodseskaders, slachtte binnen een half jaar
500.000 tot 2 miljoen vermeende communisten af. De Chinezen
waren ook een zeer geliefd doelwit tijdens de moordpartijen,
vooral omdat bij hen veel te halen viel. Oude rekeningen,
die niets met politiek van doen hadden, werden tijdens deze
massamoord vereffend. Suharto dwong Sukarno de macht aan hem
over te dragen, hetgeen in 1967 gebeurde.
Het tijdperk Suharto
De mislukte 'communistische' coup betekende het einde voor Sukarno, en het begin van de lange machtsperiode van Suharto. Door het uitreden uit de UNO en zijn politiek van `Konfrontasi' had Sukarno Indonesië in een geïsoleerde positie gemanouvreerd en zo aan de rand van een economische afgrond gebracht. Suharto's hoofddoelen zijn vanaf het begin af aan de politieke en economische consolidatie van het land geweest. In de ruim dertig jaar dat de president in functie is geweest, heeft hij iedereen die voor hem een bedreiging vormde, dus ook mogelijke opvolgers, buitenspel gezet. Ofschoon er veel aan de manier waarop hij bewind heeft gevoerd aan te merken valt, en dan met name op het gebied van mensenrechten en vriendjespolitiek, kan niet ontkend worden dat hij zeer veel voor Indonesië betekent heeft. De Azië-crisis, en de ermee gepaard gaande economische malaise in Indonesië, betekende het einde van de economische groei van het land en het einde van Suharto.
De Nieuwe Orde
Door het land weer aantrekkelijk te maken voor buitenlandse investeerders heeft de Nieuwe Orde het op economisch gebied zeer goed gedaan. Aan het einde van de periode Suharto was de Orde Baru allang niet nieuw meer, en hield het door zijn paternalisme en het bevoorrechten van een selecte groep intimi (Chinese zakenlieden en de familie en vrienden van Suharto) een verdere bloei van het land tegen. Hoewel het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking er met sprongen op vooruit was gegaan, was de kloof tussen arm en rijk gebleven en zelfs verbreed. Suharto bepaalde hoeveel stemmen naar de toegestane oppositiepartijen gingen en met hoeveel stemmen Golkar, zijn partij, zou gaan winnen. De enige functie van de verkiezingen was ten overstaan van de wereldbank en investeerders laten zien dat Indonesië een democratisch land was. Op kritiek, zelfs opbouwende, werd paniekerig gereageerd. Mensen die te kritische geluiden lieten horen werden door de regering meestal als communist bestempeld en opgesloten. De top zag niets in het aangaan van het broodnodige dialoog met verschillende stromingen van andersdenkenden in de maatschappij. Suharto durfde niet af te treden, bang dat wie van de tijger zou afstappen erdoor opgegeten zal worden. Het werd hierdoor met de dag moeilijker een soepele overgang naar een post-Suharto tijdperk te bewerkstelligen.
Indonesië na Suharto
Met het wegvallen van de harde hand van de dictator kwamen allerlei geesten uit de fles. Van de eenheid in verscheidenheid bleef na rellen tussen christenen en moslims op de Molukken en andere eilanden weinig over. Wahid, de eerste echt democratisch gekozen president, was minder daadkrachtig dan zijn voorganger, voornamelijk omdat hij met democratische middelen oplossingen zocht voor de chaos die Suharto had achtergelaten. In juli 2001 werd hij vanwege vermeende fraude door het parlement weggestemd en vervangen door Megawati Sukarnoputri, de vice-president en dochter van Sukarno, de eerste president van het land. Wat zij voor Indonesië betekend blijft een raadsel. Echt daadkrachtig lijkt ze niet, en haar verstrengeling met het leger is groot. Het lijkt er dus op dat met haar aantreden aan de afbrokkeling van de macht van het leger -door Wahid in gang gezet- een einde is gekomen.
Hoewel Indonesië de laatste jaren soms negatief in het nieuws is (Molukken) en de bomaanslag op Bali kun je er nog steeds prima reizen. Check hier wat de laatste stand van zaken is met betrekking tot het reisadvies voor de archipel
In december van 2004 werd Sumatra, en met name de provincie Aceh, zwaar getroffen door de vloedgolf als gevolg van een zeebeving voor de kust. De zeebeving was zo hevig dat de vloegolf ook veel doden en een enorme schade op Thaise eilanden in de Andamaanse Zee, Sri Lanka, India en de oostkust van Afrika tot gevolg had. De meeste doden vleien echter op Sumatra te betreuren.
De Indonesische politiek is sinds de reformasi erg veranderd. Tijdens het regime van generaal Soeharto waren er maar drie toegestane partijen, ten eerste de Golkar (Golongan Karya: de zgn. "Functionele Groepen"), ten tweede de democratische partij PDI (Partai Demokrat Indonesia: "Indonesische Democratische Partij"), en ten derde de islamitische PPP (Partai Persatuan Pembangunan: "Verenigde Ontwikkelingspartij"). Soeharto regeerde met harde hand, om zijn macht te behouden. Dit deed hij met steun van het leger, en allerlei maatschappelijke groepen. Om de Golkar-partij de meerderheid te laten behouden, kregen velen kantoorbaantjes in ruil voor hun stem op Golkar.
Politieke partijen
Sinds de reformasi in 1998 is Soeharto na 32 jaar afgezet, en heeft het Indonesisch staatsbestel zich razendsnel ontwikkeld van een autoritair systeem naar een meer democratisch systeem. Tegenwoordig is het monopolie op politieke partijen vrijgegeven en zetelen een tiental partijen in het parlement, waarvan de belangrijkste de Golkar, PDI-P, PKB, PPP, PAN, PD en PKJ zijn.
De politieke partijen zijn niet zoals in Nederland in te delen in de links-rechts of in progressief-conservatieve dimensie. Het meest duidelijk is het verschil tussen islamistische en nationalistische partijen. Islamistisch zijn de PKB, PPP, PBB, PKJ en nationalistisch zijn de Golkar, PDI-P, PAN en de PD. De Republiek Indonesië is geheel gebaseerd op de staatsfilosofie, de Pancasila. De Pancasila bestaat uit vijf principes. De vijf principes zijn: Geloof in één God (volgens één van de grote religies), consensusdemocratie, rechtvaardigheid, nationale eenheid en solidariteit.
Parlement
De wetgevende macht ligt bij het parlement: de MPR (Majelis Permusyawaratan Rakyat, wat "Beraadslagende Volksassemblee" betekent), heeft in het totaal 678 zetels. Deze is bicameraal d.w.z. dat het parlement bestaat uit twee kamers. De DPR (Dewan Perwakilan Rakyat), te vergelijken met de Nederlandse Tweede Kamer heeft 550 zetels en de DPD (Dewan Perwakilan Daerah), te vergelijken met de Nederlandse Eerste Kamer heeft 128 zetels. Beide kamers worden om de vijf jaar in directe verkiezingen verkozen.
President
De uitvoerende macht ligt bij de president en hij of zij wordt geassisteerd door de vicepresident. De president benoemt zijn/haar kabinet. De president werd voorheen benoemd door de MPR, maar is in 2004 voor het eerst direct gekozen door de Indonesische bevolking. Indonesië heeft een presidentieel systeem, wat betekent dat de president zeer machtig is. De huidige president is oud-generaal Susilo Bambang Yudhoyono, de tweede man is Jusuf Kalla. SBY (Es-bee-jee) zoals hij genoemd wordt, was minister tijdens de regering-Wahid, en de regering-Megawati. Hij is alom bekend vanwege zijn harde reactie tegen de terroristische aanslagen op Bali in 2002. Zijn partij is de PD (Partai Demokrat).
Lijst van presidenten van Indonesië
|
Naam |
Sinds |
Tot |
Partij |
|
1. Soekarno |
17 augustus 1945 |
12 maart 1967 |
PNI |
|
2. Soeharto |
12 maart 1967 |
21 mei 1998 |
Golkar |
|
3. Habibie |
21 mei 1998 |
20 oktober 1999 |
Golkar |
|
4. Abdurrahman Wahid (Gus Dur) |
20 oktober 1999 |
23 juli 2001 |
PKB |
|
5. Megawati Soekarnoputri |
23 juli 2001 |
20 oktober 2004 |
PDI-P |
|
6. Susilo Bambang Yudhoyono |
20 oktober 2004 |
heden |
Golkar |
De functie van minister-president bestaat sinds 1959 niet meer.
Justitie
De rechterlijke macht bestaat uit het Hoog Gerechtshof de Mahkamah Agung welke de hoogste rechterlijke instantie is en het Constitutioneel hof de Mahkamah Konstitusi, welke toeziet op het handhaven van de grondwet. Ook heeft Indonesië een Algemene Rekenkamer, de Badan Pemeriksa Keuangan, welke toeziet op de financiën.
Bestuursniveaus
De Republiek Indonesië is, net als Nederland een eenheidsstaat wat betekent dat bijna alle belangrijke beslissingen op nationaal niveau genomen worden. Daardoor zijn de provinciale besturen van minder belang. Echter ook op provinciaal en regionaal niveau, zijn er volksvertegenwoordigingen. Op provinciaal niveau de DPRD 1 (Dewan Perwakilan Rakyat Daerah Tingkat 1) en op regionaal niveau de DPRD 2 (Dewan Perwakilan Rakyat Daerah Tingkat 2). Net als de president, worden ook de gouverneurs en regenten in 2004 voor het eerst direct verkozen. Voorheen werden zij door de president benoemd. Het lijkt erop dat de provincies Atjeh, tegenwoordig Nanggroe Aceh Darussalam, en Papua meer autonomie krijgen dan de andere provincies, maar dit is nog in een vroeg stadium van ontwikkeling.
In de Indonesische cultuur is respect belangrijk. Je op de juiste wijze manier uiten en daarbij zoveel mogelijk je emoties onder controle hebben wordt zeer gewaardeerd. Voor toeristen betekent dit mogelijk een omschakeling, maar zolang je je aanpast en respect toont zal dit op zijn beurt zeer gewaardeerd worden. Een bezoek aan Indonesie betekent kennis maken met een andere cultuur die vele andere gebruiken en gewoontes kent in vergelijking met de West-Europese culturen. De Indonesische cultuur zal bij Nederlanders en Belgen mogelijk een stuk afstandelijker overkomen doordat men in het openbaar veel minder genegenheid naar elkander toont. Zoenen, elkaar omhelzen of elkaars hand vasthouden wordt als ongepast ervaren. Je partner een flinke tongbeurt geven in het openbaar is dan ook sterk af te raden. Controle over je gedrag en hoe je naar buiten overkomt zijn veelal eigenschappen die hoog in het vaandel staan. Het zo min mogelijk tonen van emoties is daarbij erg belangrijk. Dat wil niet zeggen dat er niet gelachen wordt in Indonesie, sterker nog lachen wordt vaak ook gebruikt om met minder plezierige situaties om te gaan. Ook al zou je dan misschien anders denken, contacten leggen doen de Indonesiers makkelijk. Als buitenlander zul je vaak de kreet 'Hello Miestur ' of 'Hello Miessus' horen, vaak gevolgd door een waslijst aan vragen over hoe je heet, waar je vandaan komt, wat je voor werk doet en wat al niet meer. Net zoals bij veel andere aziatische culturen is gezichtsverlies iets wat je als Indonesier zijnde zoveel mogelijk moet proberen te voorkomen. Het gaat niet zover als bij de Japanse cultuur waarbij ontslag van je werk gelijk staat aan het verlies van je eer hoewel er in het verleden diverse vorstenhuizen waren die de rituele zelfmoord verkozen boven overgave aan de Nederlandse overheersers. Je dient mensen met een bepaalde status met respect te behandelen en ze bijvoorbeeld niet in het bijzijn van anderen of vreemden tegen te spreken. Het zijn daarbij vaak de ouderen en de hooggeplaatste personen die je met respect dient te behandelen. Binnen een familie hebben ouderen de nodige macht over de jongere familieleden. De banden tussen bepaalde aan elkaar gelieerde groepen zijn ook belangrijk. Respect binnen deze groepen wordt ondermeer geuit door elkaar gunsten te bewijzen of te verlenen. Overeenstemming bereiken door middel van een consensus is ook iets wat typisch Indonesisch is. Dit speelde een belangrijke rol in de traditionele dorpen maar heeft ook in de Geleide Democratie van Sukarno een grote invloed gehad en speelt eigenlijk ook nu nog steeds een rol in de staat.
Gedragstips
In veel gebieden van Indonesie is men in de loop der jaren gewend geraakt aan buitenlandse toeristen met andere kledingsgewoonten, gedragsregels en omgangsvormen. Het getuigt echter van respect naar deze cultuur als je je gedrag en kleding aanpast aan de verschillende lokaties waar je komt tijdens je bezoek. Met name bij religieuze bouwwerken als tempels en moskees maar ook op het platteland is een zekere terughoudendheid wel op zijn plaats. Indonesie is nog altijd de grootste moslimnatie ter wereld en het is logisch dat deze religie ook zijn stempel gedrukt heeft op de wijze van kleding. Bij tempels en moskees dienen je schouders en benen ten allen tijde bedekt te blijven. Mouwloze shirts en korte rokken zijn dan simpelweg niet gepast. Je strandoutfit van Bloemendaal zal ook op de Indonesische stranden gewaardeerd worden maar in de stad zul je daarmee de nodige ogen in je rug voelen. Een wat conservatievere wijze van kleden is logischerwijs af te leiden vanuit een religieuze benadering. De streng gereformeerden onder ons zullen een dergelijke kledingstijl waarschijnlijk ook wel op hun waarde weten te schatten. Een aantal gebruiken vinden hun oorsprong echter meer in de Indonesische cultuur. Voeten worden als onrein beschouwd en met je voetzolen naar iemand wijzen is daarom beledigend. Het hoofd is het reinste deel van het lichaam en je moet dus nooit zomaar iemand zijn hoofd aanraken. Als je iets aangeeft dan moet je dit altijd met je rechterhand doen. De linkerhand wordt als onrein beschouwd aangezien dit als de hand beschouwd wordt waarmee je je billen afveegt na de nodige laden- en lossenwerkzaamheden. Dit houdt ook in dat je aan tafel alleen met rechts moet eten en nooit iets met links moet aangeven. Zoals eerder vermeld kun je in het openbaar beter geen genegenheid tonen al is het alleen al door handje vasthouden of arm in arm te lopen. Topless zonnen aan het strand kan misschien wel maar kun je beter niet doen.
Het Bahasa Indonesia is de officiele taal van de Republiek Indonesie. De taal wordt echter door de meeste Indonesische volkeren als tweede taal gebruikt naast het lokale dialect. Slechts 7 procent van de inwonders van Indonesie gebruikt het bahasa indonesia als moedertaal. De taal is gebaseerd op het Maleis, een Austronesische taal die eeuwenlang als handelstaal werd gebruikt in de archipel. Het Bahasa Indonesia is grotendeels hetzelfde als het Maleis dat in Maleisei wordt gesproken. Het bahasa indonesia werd de offiele taal van Indonesie toen de onafhankelijkheid werd bereikt in 1945. Op 28 oktober 1929 werd de taal echter al voorgedragen als officiele taal tijdens het tweede Indonesische Jeugdcongres in Jakarta toen de Indonesische jongeren werden opgeroepen trouw te zweren aan "een land, een natie en een taal". Het aantal inwoners in Maleisie dat het Maleis als moedertaal gebruikt ligt hoger, rond de 45 procent. In Indonesie bestaan er meer dan 300 lokale taalvormen, zo heb je op Java ook het Javaans en het Jakartaans, wordt er op de Molukken een soort verbasterde versie van het Maleis gesproken en beschikken de vele inheemse stammen van Kalimantan en Papua over weer andere taaldialecten. Het bahasa indonesia dient dan ook vooral als communicatiemiddel in het zakenleven, op bestuurlijk niveau en in de officiele literatuur en pers. Het bahasa is in de loop der tijd door verschillende andere talen beinvloed. Sporen van het Nederlands, Portugees, Chinees, het Hindi en de Arabische taal zijn nog steeds in de taal terug te vinden. Nederlandse woorden herken je ondermeer terug in de woorden polisi (politie), kualitas (kwaliteit), bis (bus) en kopi (koffie). Het bahasa indonesia wordt geschreven in het latijnse schrift en is fonetisch, vooral na spellingsveranderingen in 1972 waardoor veel letters of klanken werden veranderd die waren gebaseerd op het Nederlands. Zo werd voorheen de klank oe ook geschreven als oe, in de spelling na 1972 is dat veranderd, de letter u staat nu voor de klank oe. Sukarno werd vroeger dus als Soekarno geschreven. De overige geschreven klinkers worden als volgt uitgesproken: de a klinkt als de a in het Nederlandse tas, de e klinkt als de u in mus of de e in pen, de o klinkt als de o in pot. De meest anders uitgesproken medeklinkers zijn de c, g, en j. Zo wordt de c uitgesproken als de ch en in het Engelse cheese, de g als de g in het Engelse girl en de j als de j in de Engelse naam Jeremy. De lettercombinatie ng heeft ongeveer dezelfde klank als in het Nederlands, de combinatie ngg klinkt echter weer net als de g in het Engelse girl. De lettercombinatie ny wordt uitgesproken als de de ny in het Engelse canyon. De indonesische grammatica lijkt op het eerste gezicht simpel, de taal kent geen lidwoorden, meervoudsvormen kunnen worden gevormd door het zelfstandig naamwoord twee keer uit te spreken maar de enkelvoudige vorm kan ook voor meervoud staan. Er zijn echter een aantal vervoegingen die achter de werkwoorden komen die de taal een stuk complexer maken. Vervoegingen als -kan, -i worden bijvoorbeeld alleen in bepaalde betekenissen of contsructies gebruikt. Ook typisch voor de Indonesische taal is het gebruik van acroniemen. Indonesiers kicken erop om overal afkortingen van te maken. Acroniemen zijn echter geen gewone afkortingen. Het zijn afkortingen die bestaan uit verkorte delen van verschillende woorden waardoor eigenlijk weer nieuwe woorden/acroniemen zijn gemaakt. Een voorbeeld, in Jakarta staat het nationale monument, in het Indonesisch Monumen Nasional genoemd, het acroniem hiervan is Monas.
Lange tijd werd president Suharto geprezen om de economische vooruitgang die hij boekte in Indonesie tijdens de eerste decennia van zijn ambtstermijn. De economische crisis in Zuidoost-Azie zorgde er echter voor dat de facade van zijn economische beleid niet langer kon worden opgehouden.
Na de economische crisis
Lange tijd leek er geen einde te komen aan de economische groei in Indonesie. Tussen 1970 en 1996 was er jaarlijks een gemiddelde stijging van het bruto nationaal produkt waar te nemen van iets meer dan 6 procent. Ook al verschilde de groei per jaar sterk, toch is er in al die jaren nooit sprake geweest van negatieve groei. De financieel-economische crisis in Zuidoost-Azie maakte daar een abrupt einde aan die groei. In 1997 waren er maar een paar dagen nodig om Indonesie jaren terug te werpen in haar economische ontwikkeling. Mede doordat het financiele stelsel van het land zo zwak was werd Indonesie zo hard getroffen door de crisis. Doordat de crisis pas in de tweede helft van 1997 begon werd er in dat jaar nog een economische groei van 4,7 procent geregistreerd. Des te harder kwam de klap in 1998 aan, toen er voor het eerst in 28 jaar een negatieve groei van maar liefst 13,2 procent plaatsvond. Alleen de landbouw- en de openbare nutssector leden niet onder negatieve groei. Alle andere sectoren hadden te kampen met een neerwaartse groei. De bouwsector kromp het sterkst met meer dan 40 procent. De sector financiele dienstverlening had te maken met een negatieve groei van bijna 27 procent. Ook het eerste kwartaal van 1999 was er nog sprake van een negatieve groei van 8 procent. Vanaf het tweede kwartaal was er sprake van een positieve trend waardoor in 1999 uiteindelijk nog een positieve groei van 0,22 procent kon worden geboekt. Het lijkt erop dat de crisis daarmee zijn ergste tijd heeft gehad. Het zal echter nog vele moeizame jaren duren voordat er sprake kan zijn van een gezonde economische infrastructuur. Met name door de herstructurering van het bankwezen en de vele aanpassingen op institutioneel gebied zal dit proces veel tijd vergen. President Wahid moest daarnaast ook het hoofd bieden aan de sociale onrust in ondermeer Aceh, de Molukken en Papua en de binnenlandse kritiek op zijn functioneren als staatshoofd. In het jaar 2000 kon desondanks een economische groei van 4,8 procent worden gerealiseerd. In 2001 bedroeg de economische groei ruim 3,3 procent en in 2002 zelfs nog 3,66 procent, dit ondanks de desastreuse gevolgen voor het toerisme voor de bomaanslag in Bali in dat jaar. In 2003 groeide de economie in Indonesie met 4,1 procent ondanks de uitbraak van de longziekte SARS en het bombardement op het Mariott hotel in Jakarta.
OOk op andere gebieden lijkt de economie zich weer te herstellen. Zo is de inflatie lijkt de sterke stijging in 1998 weer naar een normaal niveau te zijn afgezakt. De gemiddelde stijging bedroeg in 1998 ruim 58 procent terwijl in de vijftien voorafgaande jaren was de inflatie jaarlijks gemiddeld alleen in 1993 boven de 10 procent uitgekomen. In 2002 was de inflatie naar 11,9 procent gestegen en voor 2003 zal die naar verwachting uitkomen op 6,6 procent. In 2004 zal de inflatie nog lichtjes zakken. De relatief snelle terugkeer naar het 'normale' inflatieniveau heeft ook de hoogte van de rente positief beinvloed. In 1998 behaalde de rente op de eenmaandscertificaten van Bank Indonesia een hoogte van boven de 35 procent. De jaren daarop is het renteniveau weer gedaald maar het duurde nog tot het eerste kwartaal van 2000 voordat er weer een stijging in de investeringen plaatsvond. Aan het einde van 2003 was de rente tot een hoogte van zo'n 9 procent gezakt. Tot augustus 1997 werd de koers van de rupiah in min of meer vaste verhouding gekoppeld aan de US dollar. Door de internationale speculatie die kort daarop volgde is de koers van de rupiah vrij gelaten. In 1998 schommelde de koers van de rupiah tussen de 7.500 en 17.000 rupiah per US dollar. Aan het eind van 1999 kwam de koers uit op 7.700 rupiah per US dollar, dit betekende een daling van 30 procent in vergelijking met de hoogte van de koers aan het begin van de crisis in 1997. In het tweede kwartaal van 2003 bereikte de koers een hoogte van 8.488 rupiah per US dollar. In 1999 vond er een sterke daling in de export plaats die werd overtroffen door een nog sterker afnemende import. De importen daalde in 1998 met maar liefst 31 procent en in 1999 met nog eens 11 procent. Het herstel van de import werd ingezet in het eerste kwartaal van 2000 met een toename van 17,6 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 1999. Ook de export zat weer in een stijgende lijn begin 2000. In de eerste vier maanden steeg de export met ruim 35 procent ten opzichte van dezelfde periode in het jaar daarvoor. Als gevolg van de verslechterde wereldeconomie daalden ook de Indonesische handelscijfers in 2001. De totale invoer daalde van een CIF-waarde van 33,5 miljard US dollar in 2000 naar 30,8 miljard in 2001. Ook de totale uitvoer daalde van een FOB-waarde van 62,1 miljard dollar in 2000 naar 56,3 miljard in 2001. De bomaanslag in Bali in oktober 2002 had een negatieve invloed op de export maar niet op het volume en de waarde ervan. In 2002 behaalde de export een niveau van 57.002,3 miljoen US dollar. In 2002 behaalde de import een niveau van 31.962,1 miljoen US dollar. In de jaren voorafgaand aan de crisis bereikten de buitenlandse investeringen hun hoogste niveau met bedragen van ruim 30 miljard US dollar per jaar. In 1998 daalde de waarde aan buitenlandse investeringen naar 13,5 miljard dollar door de crisis en politieke onrust. In 1999 daalde het niveau verder en in 2000 was er weer een stijging te zien naar 15,4 miljard US dollar. In 2001 werden er 1300 buitenlandse investeringsprojecten in Indonesie goedgekeurd, met een totale waarde van ruim 9 miljard US dollar. In 2002 bedroeg de totale waarde van goedgekeurde buitenlandse investeringsprojecten 9,8 miljard US dollar. In 2003 werd voor een waarde van 13,2 miljard dollar aan buitenlandse investeringsprojecten goedgekeurd wat een stijging betekende van een kleine 35 procent vergeleken met het voorgaande jaar.
Economisch beleid
Midden jaren zestig begon Indonesie met het toepassen van economische langetermijnprogramma's die bekend zijn onder de naam Repelita (Rencana Pembangunan Lima Tahun). Het ging daarbij om een serie van economische ontwikkelingsprogramma's voor een periode van steeds vijf jaar. Na afloop van Repelita IV in maart 1999 werd het systeem vervangen door het 'Program Pembangunan Nasional' (Propenas), dat het beleid beschrijft voor een vijfjarenontwikkelingsstrategie van 2000 tot en met 2004. De Repelitaprogramma's waren gericht op economische groei op de lange termijn en economische diversificatie, in combinatie met sociale ontwikkeling en politieke stabiliteit. Elk Repelitaplan ging gepaard met een onveranderlijk begrotingsbeleid gebaseerd op een jaarlijks sluitende begroting, terwijl het monetaire beleid werd gekenmerkt door een krapgeldpolitiek om de inflatie zo laag mogelijk te houden. De eerste Repelitaplannen richtten zich op de ontwikkeling van de landbouw, met als doel het verbeteren van de voedselsituatie. Geholpen door de omvangrijke opbrengsten uit de oliesector konden de doelstellingen uit de plannen grotendeels worden gerealiseerd, wat tot forse economische groei en tot een politiek stabiel klimaat leidde. Nadat halverwege de jaren tachtig de oliecrisis toesloeg zag men in dat het land te afhankelijk van de oliesector was geworden. Het beleid werd dan ook meer gericht op diversificatie van de structuur van de economie. Vooral de export van andere producten dan olie en gas zouden een belangrijkere rol moeten krijgen in de toekomst. Bij dat streven paste ook een dereguleringsbeleid en het geleidelijk terugtrekken van de Indonesische overheid uit grote industriële projecten ten gunste van een grotere rol voor het particuliere bedrijfsleven. De afhankelijkheid van de oliesector moest ook worden verminderd door het stimuleren van de industriële ontwikkeling van het land en vooral van industrieën met exportpotentieel. Hierdoor werd een alternatieve bron van buitenlandse deviezen gecreeerd enwerd er extra werkgelegenheid geschept. De jaren negentig werden gekenmerkt door een sterke groei van de dienstverlenende sector. Zowel de handel als het transport, de financiële dienstverlening en het toerisme droegen bij aan deze groei, waardoor de Indonesische economie uiteindelijk een meer evenwichtige structuur heeft gekregen. De economische crisis van 1997 en 1998 heeft de economische ontwikkeling tijdelijk geremd, toch is er een tendens naar een relatief kleiner aandeel in de economie voor de landbouwsector, terwijl het aandeel van de industriesector en dienstensector relatief toeneemt. Om de crisis tegen te gaan heeft de regering nieuwe prioriteiten gesteld. Ten eerste het ontwikkelen van de landbouw en agro-industriesector, waarbij het zwaartepunt ligt op de voedselvoorziening (rijst, maïs, soja). Ten tweede het handhaven van gezondheidszorg en onderwijs voor brede lagen van de bevolking, dus ook de armen. Daarnaast dienen arbeidsintensieve infrastructurele projecten te worden opgezet. Als derde en laatste prioriteit dient het midden- en kleinbedrijf te worden gestimuleerd. Deze nieuwe prioriteiten hebben ertoe geleid dat de grote, prestigieuze infrastructurele projecten vrijwel geheel werden stilgelegd. Het beleid is er nu in eerste instantie op gericht de bestaande infrastructuur te onderhouden en te verbeteren.
Begrotingen & staatsschuld
In de jaren tachtig werd er in de Indonesische staatsbegrotingen gestreefd naar een beheersing van de uitgaven, terwijl tegelijkertijd een belangrijk deel van de overheidsinkomsten moest worden besteed aan economische ontwikkeling. Doordat men hierbij vertrouwde op buitenlandse hulp nam hierdoor de buitenlandse schuldenlast zeer sterk toe. Mede doordat de economische ontwikkeling in een opwaartse beweging was werd begin jaren negentig besloten om het beleid met betrekking tot de jaarlijks sluitende begroting losgelaten. De begroting zou voortaan worden gebruikt in een anticyclisch beleid waarbij het streven was in de komende vijf jaar noch een netto overschot of tekort mocht ontstaan. Voor de jaren 1992/1993 1993/1994 zou dit leiden tot een groot begrotingstekort. Door de voorschotten uit de voorgaande jaren konden deze tekorten worden opgevangen. In deze periode en de jaren die daarop volgden begon de regering met het financieren van allerlei projecten die niet binnen de begroting pasten waardoor de stabiliteit die tot die tijd van de begroting uitging sterk verzwakte en daarmee ook de mogelijkheden aantastte die er waren om eventuele noodgevallen zelfstandig het hoofd te kunnen bieden. In de jaren 2001 en 2002 bedroeg het begrotingstekort respectievelijk 3,7 en 2,5 procent van het BBP. In 2003 werd er een begrotingstekort verwacht van 1,3 procent, na de bomaanslag in Bali kwam het tekort echter uit op 1,9 procent oftewel 3,9 miljard US dollar.
Voor 2004 verwacht de Indonesische regering een economische groei van 4,8 procent een inflatie van 6,5 procent, en een begrotingstekort van 1,2 procent van het BBP. Door ondermeer de gestegen olieprijzen zal de begroting van 2004 nog worden aangepast. Per 2006 streeft de overheid weer naar sluitende begrotingen. Het begrotingstekort zal voor ongeveer de helft moeten worden gedekt met binnenlandse middelen en voor de andere helft met financiering uit het buitenland. Onder de binnelandse middelen vallen de opbrengsten uit de privatisering van staatsondernemingen en aan de middelen die door de herstructureren van het bankwezen nog kunnen worden binnen gehaald. Bij de buitenlandse financiering kan men nog rekenen op de steun van verschillende buitenlandse donorlanden die indien nodig nog financieel kunnen bijspringen. Hoe positief de verschillende tekenen van economisch herstel ook mogen lijken, de diepe nasporen van de crisis zijn nog duidelijk voelbaar in de omvang van de staatsschuld. Tijdens de crisis eind 1997 en begin 1998 waren er grote geldstromen nodig om het vertrouwen in het financiele stelsel nog enigszins op peil te houden. Daarnaast was er geld nodig om de overheidsbestedingen te kunnen opvoeren opdat de krimpende economie nog een nieuwe impuls kon worden gegeven. De staatsschuld nam tussen maart 1998 en maart 2000 toe van 23 tot 95 procent van het nationaal product en bedroeg begin 2003 meer dan 70 miljard US dollar. Maar liefst veertig procent hiervan is buitenlandse schuld. Per jaar wordt er zo'n 9 a 10 miljard US dollar uitgegeven aan het betalen van schulden wat gelijk is aan 40 procent van de begrotingsuitgaven en 60 procent van de jaarlijkse belastingsopbrengsten.
Liberaliseren & herstructureren
Nadat de val van Suharto zijn er verschillende pogingen gedaan om het democratiseringsproces op weg te helpen, niet alleen op politiek gebied maar ook op economisch gebied. De economische puinhoop die Suharto had achtergelaten vroeg om een dringende aanpak. Belangrijke punten in het economische beleid zijn sindsdien het orde op zaken stellen in het financiele stelsel en de aanpak van de ergste excessen zoals de corruptie en het bevoordelen van bevriende groeperingen uit het Suhartotijdperk. Internationale verhoudingen met de donorlanden en financiele instellingen als het IMF en de Wereldbank spelen daarbij een belangrijke rol. Onder de regeringen van Wahid en Sukarnoputri werd de liberalisering van de economie voortgezet. Dit houdt ondermeer in dat bepaalde bevoorrechte zakelijke groeperingen steeds meer hun privileges verliezen en er in het particuliere bedrijfsleven meer wordt gestreefd naar een klimaat van gezonde concurrentie. Het liberale klimaat voor het aantrekken van buitenlandse investeringen zal hoogstwaarschijnlijk onverminderd van kracht blijven. Het buitenlandse handels- en kapitaalverkeer zal ondanks de tijdelijke beperkingen op dit gebied op niet al te lange termijn verder worden geliberaliseerd dankzij de continue druk van het IMF en de WTO. Met name de herstructurering en privatisering van het bankwezen en de staatsondermingen vormt daarbij een van de hoofdprioriteiten. In 2002 is het ministerie van Staatsbedrijven begonnen met de privatisering van 25 staatsondernemingen. Met deze activiteiten verwacht de overheid zo'n 850 miljoen dollar te kunnen vrijmaken en bovendien de effeciency en productiviteit van deze bedrijven te verbeteren.
Unieke
cultuur
De circa 13.000 eilanden liggen als een
parelsnoer aan de evenaar. Ze trokken
eeuwenlang talrijke immigranten aan.
Aanvankelijk waren die afkomstig uit Zuid-China.
Later werden ze gevolgd door Indiërs,
Portugezen en Nederlanders. De volken
brachten hun eigen taal, cultuur, en
godsdienst mee. Ook lieten ze monumenten en
door hen geïntroduceerde filosofieën achter.
Dit alles smolt tezamen tot een unieke
cultuur. Deze vormt naast het gevarieerde
landschap de grootste fascinatie van de
eilandengroep.
Gevarieerde
landschapsvormen
De landschapsvormen die je op de
eilandengroep tegenkomt zijn erg gevarieerd.
Van de koraalriffen van de Molukken naar de
met sneeuw bedekte toppen van Irian Jaya,
van de regenwouden van Borneo naar de droge
savannen van Timor en van de sawa's van Bali
naar de plantages op Noord-Sumatra.
Land en water
De Indonesiërs noemen hun moederland
Tanah Air Kita - 'ons land en water'.
Een zeer treffende naam. Tegenover een
landoppervlak van 2 miljoen vierkante
kilometer staat namelijk een gebied van 3,2
miljoen vierkante kilometer territoriale
wateren. De 13.677 eilanden liggen aan beide
kanten van de evenaar. De afstand van oost
naar west meet één achtste deel van de
aardomtrek. Minder dan duizend eilanden zijn
echter bewoond.
De eilanden
Het hoofdeiland is Java met de metropool
Jakarta. Tot de bekendere eilanden behoren
Sumatra, Sulawesi, de ten oosten van Bali
gelegen eilanden (tot Timor) en ook de
Molukken. Nieuw-Guinea, waarvan het
westelijke gedeelte Irian Jaya tot Indonesië
behoort, is na Groenland het op één na
grootste eiland ter wereld. Het wordt
gevolgd door Borneo met de Indonesische
provincie Kalimantan.
Het ontstaan
Uit geologisch oogpunt zijn de eilanden
betrekkelijk jong. Als gevolg van de
continentverschuiving in het tektonisch
actieve gebied van de Australische,
Pacifische en Aziatische plaat splitste de
landmassa zich langs verscheidene plooiingen
in de aardkorst af. Deze landmassa vormt nu
de huidige archipel. De plooiingen waren op
hun beurt ontstaan door botsingen van de
continentale platen. De tektonische
bewegingen veroorzaakten circa drie à vijf
miljoen jaar geleden spanningen. Ze
verbraken de landbrug tussen Azië en
Australië. Hierna ontstonden de continenten
in hun huidige vorm. Magmatische gesteenten
drongen door breuklijnen in de aardkorst aan
het oppervlak. Ze vormden de vulkanische
bergketen die over de eilanden loopt. Deze
bergketen verleent de eilandengroep haar
unieke karakter.
Oorspronkelijke begroeiing
Bossen zijn de oorspronkelijke begroeiing
van Indonesië. Ze bedekken nog steeds meer
dan de helft van het land. De equatoriale
regenzone in het westen (Kalimantan en
Sumatra) biedt ideale voorwaarden voor het
groenblijvende, tropische regenwoud. In de
eilandengroep groeit circa 140 miljoen
hectare bos. Na Brazilië is dit het op één
na grootste regenwoud ter wereld. In de
schaduw van de reusachtige bomen gaat een
ongekende plantenrijkdom verscholen. Er zijn
meer dan 45.000 bloeiende plantensoorten.
Dat is tien procent van alle plantensoorten
van de hele wereld!
Verwoesting
Thans wordt circa één miljoen hectare grond
per jaar ontbost. De bevolkingsexplosie
vereist nieuwe landbouwgronden.
Transmigratie brengt elk jaar duizenden
landverhuizers naar ongerepte rimboes.
Verbranding van bomen om een stuk grond
bouwrijp te maken, zoals door de Dayak
eeuwenlang toegepast, veroorzaakte weinig
schade aan het bos. De ontbossing door
nieuwe bewoners richt daarentegen grote
schade aan.
Een verwoestend effect op de natuur is ook
dat tropisch hout een belangrijke
deviezenbron is.
Het gevolg is een blijvende verstoring van
het natuurlijke evenwicht. Niet alleen
ontelbare planten- en diersoorten zijn het
slachtoffer. Ook enkele archaïsche, soms
half-nomadische stammen in het regenwoud
worden door de vernietiging van het bos van
hun bestaansmiddelen beroofd.
Vele
bedreigde planten
De
flora wordt geschat op bijna 45.000 soorten,
de fauna op nagenoeg vijf miljoen soorten.
Tot de bedreigde soorten van flora behoort
onder andere de beroemde Rafflesia
arnoldii , de grootste bloem ter wereld,
waarvan de bloesem een diameter van één
meter kan bereiken.
De bedreigde dieren zijn je hopelijk wel duidelijk door de verschillende acties van dierenorganisaties. We doelen hier vooral op de grote zoogdieren, zoals de olifant en de oerang oetan.
Moessonbossen
In de zone die een duidelijke droge periode
kent en waar de regen beperkt blijft tot één
seizoen, groeien moessonbossen. Hierin leven
minder soorten flora en fauna. In het droge
moessonbos in Oost-Java en Nusa Tenggara
groeit uitstekend tropisch hardhout (
teak ).
Opmerkelijk: In de droge periode vallen hier
zelfs de bladeren van de bomen.
Grote
zoogdieren
Nog duidelijker dan de verschillen van de
vegetatie zijn die van de dierenwereld
tussen West- en Oost-Indonesië. Grote
zoogdieren zoals beren, olifanten,
neushoorns, wilde runderen en talrijke
apensoorten maken deel uit van de Aziatische
fauna. Zij bereikten over de voormalige
landbruggen de denkbeeldige Wallace-lijn
. De Wallace-lijn is naar de
gelijknamige natuuronderzoeker vernoemd.
Deze loopt tussen Bali en Lombok en verder
tussen Kalimantan en Sulawesi.
Interessant om te weten is dat maar liefst
200 van de 500 zoogdiersoorten op de wereld
in Indonesië voorkomen!
Kleinere
zoogdieren
Kleine zoogdieren alsmede reptielen en
vogels kwamen wat verder. Deze dieren kwamen
namelijk tot aan de Lydekker-lijn .
Deze lijn scheidt Nusa Tenggara en de
Molukken van Australië en Nieuw-Guinea. In
Irian Jaya leven dieren die anders
uitsluitend op het Australische continent
voorkomen. Bijvoorbeeld buideldieren en een
grote verscheidenheid kleurrijke vogels.
Ertussenin ligt een overgangsgebied, de
zogenaamde wallacea . Dit gebied
heeft een gemengde fauna en enkele
interessante endemische zoogdieren zoals
hertzwijnen ( babirussa ) en
gemsbuffels ( anoa ) op Sulawesi.
'Huisdieren'
Grote zoogdieren zul je gedurende jouw
vakantie vermoedelijk alleen in dierentuinen
of reservaten tegenkomen. Aan andere dieren
zul je echter moeten wennen. Bijvoorbeeld de
gekko's , die op de talrijke insecten
jagen. Ze wensen je vaak vanaf het plafond
van je kamer luidkeels "goede morgen" toe.
Muggensoorten zoals de anopheles ,
die malaria overbrengt, zijn zoals de meeste
insecten ware bloedzuigers. In tegenstelling
tot de op vampieren lijkende vleermuizen en
vliegende honden. In bosgebieden zul je vaak
apen, runderen of waterbuffels (
karbouwen ) zien. Niet alleen werkdieren
en vleesleveranciers maar soms ook
belangrijke cultdieren zijn op de hele
eilandengroep gewaardeerde huisdieren. In
niet-islamitische gebieden zoals op Bali
zijn veel varkens te vinden.
-
Toeristische
attracties
Onder water
Wat je beslist niet mag missen is een
uitstapje met duikbril en snorkel. Het is
een absolute aanrader een kijkje te nemen in
de wereld van koralen en tropische vissen
bij de koraalriffen. In de zeeën van
Indonesië vind je ook de zeldzaamste
schelpen ter wereld. Verder zwemt hier de
enige echte giftige vis van de wereld!
Op het land
Een verblijf in Noord-Sumatra zonder het
voederen van de orang-oetans te hebben
beleefd, is haast ondenkbaar. Hetzelfde
geldt voor de komodovaranen, wanneer je in
het oosten van het eilandenrijk vertoeft.
Deze twee typische, in Indonesië inheemse
vertegenwoordigers van de Aziatische en
Australische fauna, zijn tegenwoordig
toeristische attracties bij uitstek.
Indonesië
ligt in de tropen en heeft dus een warm klimaat en
het hele jaar door ongeveer even lange dagen en
nachten. De warmste en droge tijd valt tussen mei en
oktober, met dagtemperaturen rond de 30°C. Tussen
november en april is het wat koeler (tussen 25°C en
30°C) en heerst de moesson, met vooral in januari en
februari kans op hevige, maar kortstondige
stortbuien tussen de zonneschijn door.
| J | F | M | A | M | J | J | A | S | O | N | D | |
| min. dagtemperatuur | 23 | 23 | 23 | 23 | 23 | 23 | 23 | 23 | 23 | 23 | 23 | 23 |
| max. dagtemperatuur | 29 | 29 | 30 | 30 | 31 | 31 | 31 | 31 | 31 | 31 | 30 | 30 |
| luchtvochtigheid | 84 | 84 | 83 | 81 | 80 | 80 | 77 | 75 | 75 | 76 | 79 | 81 |
| regendagen/maand | 13 | 12 | 05 | 06 | 06 | 08 | 07 | 06 | 06 | 08 | 09 | 11 |
VERBODEN IN TE VOEREN
Op het bezit van wapens, narcotica,
pornografie (ook films) staat een
zware straf. Voor het in- en
uitvoeren, verhandelen en bezitten
van drugs staat een zware
gevangenisstraf. De omstandigheden
in de Indonesische gevangenissen
zijn bar slecht. Voor voeding zijn
de gevangenen afhankelijk van hun
familie.
NEDERLANDSE - en INDONESISCHE AMBASSADE
Indonesische
Ambassade
in
Nederland
Tobias Asserlaan 8 2517 KC DEN HAAG
Telefoon 070-3108151
Website
:www.indonesia.nl
Nederlandse
Ambassade
in
Indonesië
Jl. H.R. Rasuna Said, Kav. S-3 Kuningan - JAKARTA
12950.
Telefoon 00 62 21 5251515
Website :
http://www.neth-embassy-jakarta.org/
Politie 110
De
telefoon- en faxverbindingen zijn in het algemeen
goed. Voor telefoneren naar Nederland toetst u 00 1
31 - netnummer zonder 0 - abonneenummer. Voor
collect call toetst u: 00 1 801 31
Het is veel goedkoper uit een Wartel (filiaal van de
telefoon/faxdienst) met Nederland te communiceren
dan vanuit uw hotel.
Als u vanuit uw hotelkamer collect-call belt, dan
zal u altijd de bemiddelings/administratiekosten van
het hotel gepresenteerd krijgen. Tegenwoordig zijn
er cyber café 's waar vandaan u kunt e-mailen.
Denk aan tijdverschil met Nederland als u naar huis gaat bellen.
Als je Indonesie nu binnenkomt of verlaat je zult altijd kennis maken met de mensen van de douane. In Indonesie is de douane een stuk formeler en bureaucratischer dan in andere landen in Zuidoost Azie. De tijdrekkende regels en procedures die deze lieden hanteren zal velen een doorn in het oog zijn. Wat je het beste kan doen is kalm blijven en niet geirriteerd raken of niet laten merken dat je geirriteerd bent door de bureaucratische machine. Er wordt hier meer waarde gehecht aan een uniform dan in Nederland dus je ergernis tonen aan deze autoriteit zal alleen maar in je nadeel werken. Wees erop voorbereid dat je een aantal formulieren moet invullen, voor sommige heb je een pasfoto nodig. Vaak moet je ook een verklaring invullen waarop je al je waardevolle spullen moet vermelden. Mocht je medicijnen gebruiken, zorg er dan voor dat je een geneesmiddelenkaart (bij de apotheek verkrijgbaar) bij je reisdocumenten bewaart. De douane zal niet altijd even overtuigd zijn van het onderscheid tussen medicijnen en xtc-pillen.
Je mag 20 kilogram aan bagage meenemen in het vliegtuig. Sommige internationale vliegtuigmaatschappijen laten 10 extra kilogram toe als je als duiker een uitrusting meeneemt. Je zult dit echter wel vooraf moeten aanvragen. Bij binnenlandse vluchten met kleine toestellen is meestal 15 kilogram toegestaan maar soms ook minder, 10 kilogram. Bij deze vliegtuigjes zal overgewicht geen probleem vormen, per kilo moet je dan 1 euro bijbetalen.
Verblijf korter
dan 30 dagen
Per 1 juni 2006 kan het visum voor Indonesië door
Nederlanders bij aankomst op de luchthaven in
Indonesië worden geregeld.
De kosten voor het visum bedragen 25 USD per persoon
(voor een verblijf korter dan 8 dagen zijn de kosten
10 USD per persoon.)
Het visum is geldig voor een verblijf van maximaal
30 dagen, verlenging is niet mogelijk. Tevens dient
uw paspoort nog minimaal 6 maanden geldig te zijn
bij aankomst in Indonesië.
Verblijf langer
dan 30 dagen
Indien u langer dan 30 dagen wenst te blijven kunt u een toeristenvisum voor een verblijf van maximum 60 dagen aanvragen en deze kost 45 euro. Bij aanvraag voor het visum dient u in het bezit te zijn van een paspoort dat nog minstens 6 maanden na de terugkeerdatum (naar Nederland) geldig is.
LUCHTHAVENBELASTING
Bij vertrek uit Jakarta en Denpasar naar het
buitenland is de luchthavenbelasting Rp. 100.000.
Reserveer dit bedrag dus voor uw terugreis. Voor
binnenlandse vluchten zijn de vertrekbelastingen
Rp.15.000-30.000.
Boven vermelde bedragen zijn aan verhogingen
onderhevig.
Geld
De munteenheid is de Indonesische
Rupiah (IDR). U mag maximaal IDR
50.000 in- en uitvoeren.
Buitenlandse valuta mag u onbeperkt
in en uit het land brengen.
Travellers' cheques (in USD) worden
geaccepteerd. Overgebleven rupiah
kunt u, mits u een wisselbewijs van
de bank kunt tonen, op de luchthaven
terugwisselen. Bij een bank kunt u
ook contant geld opnemen. U dient
zich dan echter te kunnen
legitimeren met uw paspoort.
Creditcard: Vrijwel alle hotels en
de grotere winkels en restaurants
accepteren de bekende internationale
creditcards.
Pinpas: U kunt met uw creditcard ook
in veel plaatsen contant geld
opnemen via uw pincode. Dit kan bij
de zogenaamde ATM (Automatic Teller
Machine) automaten.
Een goede voorbereiding kan veel ongemak voorkomen tijdens uw reis naar de tropen. Neem niet later dan 6 weken voor vertrek contact op met een van de gezondheidsorganisaties vermeld op de reisinformatie pagina of plaatselijke GGD voor de eventuele inentingen/vaccinaties of malaria profylaxe. Geef duidelijk aan welke gebieden u in Indonesië gaat bezoeken.
Ondanks al uw voorzorgmaatregelen kan het zijn, dat u toch last krijgt van reizigersdiarree. U heeft 3 tot 4 dagen waterige of niet gebonden ontlasting, gepaard gaand met buikkrampen. Veelal is het onschuldig, maar het veroorzaakt veel ongemak. Raak niet in paniek, gebruik het diareestoppend middel en/of Norit. Drink veel warme thee (zonder suiker) en matig uw eten. U zult merken dat u na een paar dagen weer opgeknapt bent. Is dat niet het geval, raadpleeg dan een arts.
Zorg
dat u voldoende en regelmatig drinkt. Plast u minder
dan normaal of bijna niet, dan moet u meer gaan
drinken. Extra zout bij het eten kan ook helpen.
Voor onderweg neemt u altijd een fles mineraalwater
(aqua) mee. Drink nooit leidingwater. Het (drink)water
uit de kan in uw kamer gebruikt u ook om uw tanden
te poetsen. Het is handig om op uw kamer ook een
fles aqua te hebben. Gebruik in uw hotel kamer
altijd slippers. Voetschimmels kunt u overal oplopen.
Ter voorkoming van vlooienbeten, schurft e.d. aait u
nooit honden, katten of apen
Zon en hitte
+Vermijd
direct zonlicht tussen 11.00 en 14.00 's middags
+Gebruik
regelmatig zonnecrème met een hoge
beschermingsfactor (15 of hoger)
+Draag
een zonnebril en beschermende kleding
+Drink
voldoende. Wees matig met alcohol of
caffeïnehoudende dranken
+Neem
bij maaltijden wat meer zout dan gebruikelijk
+Vermijd
overmatige inspanning
Insecten (met name bescherming tegen malariamuggen)
+Beperk
activiteiten buiten na zonsondergang
+Draag
bedekkende kleding (lange mouwen, lange broek,
sokken en schoenen)
+Gebruik
een goede muggenwerende crème op onbedekte
lichaamsdelen
+Gebruik
een muskietennet en gebruik airconditioning of
ventilator indien aanwezig.
Eten
en drinken
+Drink
alleen gebotteld water
+Kook
leidingwater gedurende 10 minuten
+Drink
geen ongepasteuriseerde melk
+Gebruik
geen ijsblokjes
+Gebruik
voor tandenpoetsen ook gebotteld water
+Let
op dat voedsel goed gekookt of goed doorbakken is
(met name vlees en vis)
+Eet
nooit rauwe schaal-/schelpdieren
+Eet
geen restjes en koop geen voedsel op straat
+Eet
alleen fruit en groente als het zelf gewassen en
geschild is
+Eet
geen onverpakt ijs
En
verder...
+Loop
nooit op blote voeten, zelfs niet op het strand
+Zorg
voor de noodzakelijke inentingen
+Loop
niet in lang gras
+Zwem
niet in stilstaand of langzaam stromend (zoet) water
+Neem
medicijnen altijd mee in de handbagage
+Denk
aan een goed gevulde EHBO-kit
+Zorg
ervoor voldoende verzekerd te zijn en check de
ziektenkosteverzekering
+Begin
tenminste 4-6 weken voor vertrek met de
voorbereiding
U
kunt in de meeste steden en
toeristenoorden snel en voordelig
films laten ontwikkelen en afdrukken.
Films voor kleurenfoto's zijn zeer
voordelig. Let u wel op de uiterste
gebruiksdatum! Diafilms, films voor
videocamera's en speciale batterijen
zijn moeilijker te verkrijgen en
kosten ongeveer hetzelfde als in
Nederland. Door de hoge
vochtigheidsgraad raden wij u aan uw
camera droog te bewaren en te
beschermen met silica-gel. De meeste
mensen vinden het leuk om
gefotografeerd te worden. Wij raden
u echter aan, het wel even van
tevoren aan de mensen te vragen of
zij er geen bezwaar tegen hebben.
Volgens internationale hotelregels kunt
u op de aankomstdag uw kamer vanaf
ca. 14.00 uur betrekken. Op de
vertrekdag dient u de kamer
uiterlijk 12.00 uur te verlaten. Een
langer verblijf kan bij boeking
tegen bijbetaling gereserveerd
worden.
Houdt u in hotels met uw kleding ook
de fatsoensnormen in acht. In de
meeste 4 of 5 sterren hotels
waardeert men het niet als u met
korte broek of uw bovenlichaam
slechts bedekt door een singlet een
eetzaal binnen komt. In
vakantie-oorden als Bali is men
informeler wat de kleding betreft.
Onder water
Wat je beslist niet mag missen is een
uitstapje met duikbril en snorkel. Het is
een absolute aanrader een kijkje te nemen in
de wereld van koralen en tropische vissen
bij de koraalriffen. In de zeeën van
Indonesië vind je ook de zeldzaamste
schelpen ter wereld. Verder zwemt hier de
enige echte giftige vis van de wereld!
Op het land

Een verblijf in Noord-Sumatra zonder het
voederen van de orang-oetans te hebben
beleefd, is haast ondenkbaar. Hetzelfde
geldt voor de komodovaranen, wanneer je in
het oosten van het eilandenrijk vertoeft.
Deze twee typische, in Indonesië inheemse
vertegenwoordigers van de Aziatische en
Australische fauna, zijn tegenwoordig
toeristische attracties bij uitstek.
Jakarta
Jakarta wordt ook wel de 'Moederstad' van
Indonesië genoemd. De stad heeft de langst
ononderbroken geschiedenis van alle
Indonesische steden sinds de stichting in
1619.
Vanaf het uitzichtterras op het Monas-monument
is duidelijk te zien, dat Jakarta een
gigantische agglomeratie van kampongs
ofwel dorpen is. Te midden van de kampongs
staan hoge flatgebouwen en doorsnijden
snelwegen de wijken. Jakarta is een immens
grote stad zonder centrum. Luxe
appartementen staan naast nieuwe
sloppenwijken.
Klik hier voor meer informatie Jakarta
Wat een
drukte!
De bewoners overstromen dagelijks met
honderden tegelijk de metropool op zoek naar
werk. Meer dan een miljoen voertuigen vormen
één grote file in de straten. De
luchtverontreiniging is zorgwekkend en de
vuilnisbergen groeien. Voor vele mensen is
drinkwater een luxe. De rustige koloniale
stad Batavia is getransformeerd in een kolos
met naar schatting negen miljoen inwoners.
Voorlopig is er nog geen einde van de groei
in zicht. De macht en het geld van het
eilandenrijk concentreren zich immers in
Jakarta. Mensen trekken hier naartoe in de
hoop op een beter leven of in ieder geval
een bestaansminimum.
Ziel van
Indonesië
Een verblijf in het snikhete Jakarta is geen
recreatie. Hier, waar de problemen lijken te
exploderen, vinden we echter de sleutel tot
de ziel van Indonesië. Bovendien heeft de
hoofdstad enkele juweeltjes te bieden die
een verblijf in de stad meer dan
rechtvaardigen.
De belangrijkste bezienswaardigheden zijn:
- de oude haven
- Sunda Kelapa,
- de Chinese wijk Glodok,
- het reusachtige recreatiepark Taman
- Impian Jaya Ancol,
- het plein van de vrede Taman Merdeka,
- de moskee Mesjid Istiqlal,
- het Nationale Museum.
De
Indonesische bevolking is in het algemeen uiterst
vriendelijk en behulpzaam.
De Indonesische levenswijze echter verschilt totaal
van de Nederlandse.
De gegeven service is meestal minder efficiënt dan u
wellicht gewend bent, maar altijd vriendelijk. Mocht
u eens lang op iets moeten wachten, vergeet dan niet
dat in Indonesië de tijd rekbaar is. Men noemt dit
dan ook jam karet ( jam = tijd ;karet = rubber/elastiek).
Als u zich positief en flexibel opstelt en zich
verplaatst in de cultuur, zult u zich hieraan niet
meer ergeren.
Houdt u er rekening mee, dat Indonesië een overwegend Islamitisch land is. Vijf keer per dag worden de Islamieten via microfoons tot gebed opgeroepen. Hiermee begint men al vroeg in de ochtend. Op Bali heeft u daar geen last van.
Buiten de vakantie-oorden kunt u zich beter niet in
korte broek vertonen. Dames houden hun schouders
zoveel mogelijk bedekt. Het zal u opvallen dat
Indonesische mannen en vrouwen wanneer zij "uitgaan"
daar ook naar gekleed zijn. Men kan beter iets te
formeel dan onverzorgd gekleed gaan.
Een Indonesiër zal zelden tegenover vreemdelingen
zijn ongenoegen of verwondering laten blijken. Dit
zou voor de vreemdeling gezichtsverlies betekenen en
dit is iets waar de Indonesiër niet van houdt.
Daarom verdragen zij ook geen kritiek op hun land of
cultuur en het "opgeheven vingertje" kan men al
helemaal niet waarderen.
Tijdens de vastentijd (Ramadan) is het de Moslim verboden van zonsopgang tot zonsopgang te eten, drinken of te roken. Houdt u daar rekening mee als u te gast bent bij Moslims. Vanzelfsprekend neemt u geen alcoholische drank als geschenk voor ze mee. Het einde van de vastentijd wordt ingeluid door Idul Fitri, een feest dat twee dagen duurt. Twee voor en twee weken na deze periode kunt u beter geen gebruik maken van het openbaar vervoer. Er vinden dan complete volksverhuizingen plaats.
Op Bali kent men Hari Raya Nyepi. Op die dag mag men zich niet op straat vertonen. Er is ook geen verkeer. ook de Internationale- en binnenlandse vluchten op Bali worden dan gestopt.
Met Chinees Nieuwjaar zijn veelal de duurdere hotels volgeboekt, evenals met Kerst en de jaarwisseling.
Nuttige dingen om mee te nemen
Indonesiërs eten driemaal per dag
rijst en hebben drie namen voor
rijst: in het veld noemen ze het
padi, geoogst heet het beras en
gekookt op het bord heet het nasi.
Gekookte rijst heet nasi putih
(zonder toevoegsels). Gebakken rijst
heet
nasi goreng (met groente en/of
vlees, vis en eieren). Rijst vormt
voor de Indonesiërs het middelpunt
van het bestaan. Toch is de
Indonesische keuken buitengewoon
gevarieerd. Rijst is het
basisvoedsel, maar de bijgerechten
verschillen sterk per streek. Bij de
maaltijd worden twee of meer
verschillende groentes geserveerd
gecombineerd met een vlees, vis of
kipgerecht. Sambal en groente uit
het zuur completeren de maaltijd.
Een warung is een eenvoudig
Indonesisch eettentje, waar je
eenvoudige gerechten als gado-gado,
soto ayam, nasi goreng en mie goreng
kunt krijgen.
Frisdranken, bier, thee, koffie en
flessen drinkwater zijn overal
verkrijgbaar.
Voor een blikje cola betaal je
gemiddeld 4.500 rupiah en voor een
flesje 3.500 rupiah. Een literfles
drinkwater kost gemiddeld 4.000
rupiah.
Ga er vanuit dat een reis door Indonesië buiten de grote steden en de toeristencentra zeker geen culinaire reis zal worden. Tijdens een verblijf in een afgelegen gebied zul je eraan moeten wennen dat de Indonesiërs enkel rijst eten. In kustdorpjes is dit uitsluitend rijst met vis. Groenten worden nauwelijks gegeten. Uitgebreide rijsttafels zoals wij die kennen zie je enkel tijdens festiviteiten. De rijsttafel, een beetje rijst en veel bijgerechten, is overigens een Nederlandse uitvinding. Indonesiërs scheppen anders op; véél rijst, en een klein beetje bijgerechten. Toch kun je ook buiten de toeristenplaatsen uitstekende 'rijsttafels' samenstellen in de vele Padangrestaurants van het land.
Hygiëne
Op straat eten in Indonesië is absoluut niet zo gevaarlijk als sommigen wel eens beweren. Onze ervaring is dat het eten daar een stuk hygiënischer bereid wordt dan in sommige sjieke hotels. We hebben het hier over de pasar malam, de straatmarkt die in de meeste grote steden na zonsondergang opgezet wordt. De straatventers die de hele dag met een karretje eten, de kaki lima, in de zon voortsjokken zijn soms een heel ander verhaal.
Verschillende typen restaurants
Een warung is
een eenvoudig Indonesisch eettentje, waar je gerechten als
gado-gado, soto ayam, nasi goreng, mie goreng en dergelijke
kunt krijgen. Voor de meeste toeristen is het duurdere
Chinese restaurant (meestal aangeduid als seafood
restaurant) een uitkomst. De gerechten zijn weinig
verrassend en doen geen grote aanslag op je smaakpapillen.
De miegerechten zijn meestal flauw, maar de zeevruchten
kunnen soms verbluffend lekker zijn.
Helemaal aan onze smaak aangepast zijn veel restaurants in
de toeristencentra en de restaurants van duurdere hotels.
Hoewel je natuurlijk niet naar Indonesië gaat om bloemkool
te eten, kun je je hier tegoed doen aan de Indonesische
versies van diverse westerse gerechten. De grote en bekende
hamburgerketens en KFC hebben zich inmiddels in de
provinciehoofdsteden genesteld.
Het Indonesische ontbijt
Ook bij het ontbijt wordt rijst genuttigd. Meestal zijn dit de restjes van gisteren die opgebakken worden. Nasi goreng zoals wij dat kennen is in feite niets meer dan dat. Brood bij het ontbijt is Indonesiërs vreemd, maar in de hotels altijd aanwezig. Als je geen nasi goreng op de nuchtere maag wilt zit je in de lowbudget en middenklasse hotels meestal vast aan een continental ontbijt van geroosterd witbrood, jam, boter, wat fruit en soms een hardgekookt ei. Soms is het ook mogelijk om iets als een pannekoek te bestellen. De bananapancake is vooral bij lowbudgetreizigers populair. Duurdere hotels hebben buffetontbijten zoals in Europa.
Voor het huren van een auto zonder chauffeur of een bromfiets, is meestal een internationaal rijbewijs vereist, deze is verkrijgbaar bij de ANWB. Het verkeer is links rijdend. Met uitzondering van Bali raden wij u echter af, zelf te rijden. Vaak ontbreken wegwijzers. De bestuurders, zeker van openbare bussen, rijden erg ongediciplineerd. Bij een ongeval zal het heel moeilijk zijn uw onschuld te bewijzen. Bij pech onderweg zal het u veel tijd kosten iemand te vinden die u helpen kan. Een wegenwacht bestaat er (nog) niet. Bovendien kunt u de auto met al uw bagage nooit onbeheerd achter laten. Let op uw persoonlijke bezittingen.
Trein:
De trein is geriefelijker dan de bus en niet duur.
Bovendien behoort het traject Bandung - Yogya (6-8
uur) tot de mooiste treintrajecten in het Verre
Oosten. Het is raadzaam om bijtijds treinkaartjes te
kopen.
Bus: Tussen de belangrijkste steden in de archipel
rijden ook vaak bussen (prijzen zijn inclusief
eventuele bootverbindingen), de expresbussen
zijn
de belangrijkste openbare vervoermiddelen. Het
reizen met de bus is goedkoop en gezellig, u komt
altijd met de bevolking in contact, u dient echter
wel over veel zitvlees te beschikken.
Auto: Taxi's voorzien van een taximeter zijn er
alleen in Jakarta en Surabaya. U betaalt hier IDR
1000 bij het instappen en vervolgens IDR 500 per
kilometer. In andere plaatsen moet u van tevoren een
prijs afspreken.
In de meeste steden kunt u ook auto's met chauffeur
huren. De tarieven variëren enorm per stad.
Informeert u van tevoren bij uw hotel naar de
gangbare prijzen. Vaak is ook uw hotel in staat om
een auto met chauffeur voor u te regelen (al dan
niet tegen een kleine vergoeding). Behalve van
taxi's kunt u ook gebruik maken van de zogenaamde
bemo (een taxibusje waarin maximaal 12 personen een
plaats kunnen vinden). Bemo's leggen een vastgesteld
traject af.
Meerdere luchtvaartmaatschappijen
waaronder Garuda, KLM, Lufthansa en
Singapore Airlines vliegen
rechtstreeks vanuit Europa naar
Java, Bali en Noord-Sumatra.
Maakt men een stop-over in Bangkok
of Singapore, dan zijn er een paar
maal per dag vluchten naar Indonesië.
Vanuit Amsterdam is er ook een
rechtstreekse chartervlucht naar
Bali. De gemiddelde reisduur naar
Jakarta bedraagt ca. 15 uur.De
gemiddelde reisduur naar Denpasar
bedraagt ca. 19 uur.
In het algemeen zijn de winkels dagelijks tot ca. 21.00 uur geopend. Banken zijn over het algemeen open van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 14.00 uur.
Overheidskantoren zijn gewoonlijk van maandag tot en
met donderdag geopend van 08.00 tot 15.00 uur, op
vrijdag van 08.00 tot 11.30 uur en op zaterdag van
08.00 tot 13.00 uur. De openingstijden kunnen van
plaats tot plaats verschillen.
Musea zijn vaak op maandag gesloten. Openingstijden
09.00-14.00 uur. Ter plaatse altijd even informeren
Er zijn verschillende feestdagen in Indonesie die over het algemeen een religieus karakter hebben. De belangrijkste nationale feestdag valt op onafhankelijkheidsdag op 17 augustus. Op deze dag worden er door de hele archipel festiviteiten georganiseerd. Ook in de kleine dorpjes worden dan parades en optredens georganiseerd. Op Java zijn de festiviteiten het grootst en in die gebieden waar men het niet zo heeft op de centrale regering gaat het er relatief een stuk rustiger aan toe. Als je op Bali zit dan lijkt het wel het hele jaar door feest aangezien er werkelijk elke week wel een bepaalde ceremonie bij een tempel wordt gehouden. De christelijke feestdagen als kerstmis en nieuwjaar worden ook in Indonesie in ere gehouden ondanks dat het land voor het grootste deel islamitisch is. Natuurlijk zijn er ook vele islamitische feestdagen. Maar aangezien deze feestdagen aan een maankalender zijn verbonden verschuiven de data jaarlijks. Het belangrijkste islamitische evenement is de Ramadan, de vastenmaand. Het einde van de Ramadan, Idul Fitri, wordt altijd uitbundig gevierd. Naast de bekendere feestdagen en evenementen worden er lokaal vaak ook allerlei initiatieven georganiseerd. Zo worden er in de grote steden vaak ook allerlei festivals gehouden om de stichtingsdatum van de stad te vieren of zijn er lokale meer culturele evenementen. Zo kennen de Minangkabau op Sumatra de traditionele buffelgevechten die erg veel bekijks krijgen. Op Bali worden er nog altijd hanengevechten gehouden die eigenlijk verboden zijn maar nog altijd zeer populair zijn. Een bekend evenement is de Grand Prix van Jakarta die jaarlijks begin juli gehouden wordt en waar vele internationale coureurs op af komen.
25 december Kerstmis
1 januari Nieuwjaarsdag
17 augustus Onafhankelijkheidsdag
(1945)
In april Het Balinees Nieuwjaar (straatverbod)
en er zijn Islamitische feestdagen
zoals het begin van de Ramadan en
het einde hiervan; en het drie dagen
durende offerfeest
220 volt met gewone stekkers. Daar de stroom nogal eens uitvalt en het vaak een paar minuten duurt voordat wordt overgegaan op eigen stroomgenerator van een hotel wordt aangeraden een zaklamp mee te nemen.
Indonesië heeft drie tijdzones. Op Java en Sumatra is het 5 uur later dan in Nederland ('s winters 6 uur), op Kalimantan, Sulawesi en de Kleine Sunda Eilanden (o.a. Bali en Lombok) 6 uur ('s winters 7 uur) en op de Molukken en Irian Jaya 7 uur ('s winters 8 uur).
Dangdut is een van de populaire soorten muziek in Indonesie. Het is een muzieksoort die is ontstaan uit een mengvorm van Javaanse, Indiase en Europese muziekstijlen. De naam dangdut is afgeleid van de klank van de muziek (dang-dut-dang-dut-dang-dut). Je zult er niet aan ontkomen iets van de typische dangdutklanken mee te krijgen als je je in Jakarta bevindt, maar ook elders in de archipel is dangdut zeer populair. De westerse popmuziek domineert de Indonesische popmuzieklijsten maar de lokale popmuziek zoals dangdut neemt nog altijd een speciale plaats in in de harten van vele Indonesiers. Dangdut is met name populair onder de moslimjongeren en dat zijn er dus een hoop. Vooral in de lagere en lagere middenklasse vindt deze muzieksoort veel aanhang. Dangdut is voor deze grote groep tegelijkertijd een manier om hun ongenoegen uit te drukken over de ongelijkheden in de Indonesische samenleving. Zo zijn er protestliedjes die gaan over het verliezen van je maagdelijkheid, de krappe woningmarkt en de snelste manieren om rijk te worden. Dangdut heeft de nodige invloed gehad op de krontjongmuziek die in de koloniale tijd populair was bij Indo-Europese bevolking. Deze krontjongmuziek is in Indonesie in een aangepaste vorm nog bekend als keroncong, in Nederland en andere landen is de oorspronkelijke vorm nog altijd populair bij de indobevolking.
Kopi
Luwak koffie
Wist
je dat de duurste koffie ter wereld uit
Indonesië komt? Voor ruim 11 euro heb je een
heerlijk kopje Kopi Luwak. De koffie is vernoemd
naar de Luwak, een civetkat die s’nachts de
koffieplantages van Sumatra afstruint op
zoek naar de beste en rijpste kersen. De
civetkat kan de bonen echter niet verteren en
poept deze uit. De koffiebonen worden
daarna verzameld door te wroeten in de
uitwerpselen! Doordat de bonen het
spijsverteringskanaal van de kat zijn gepasseerd
heeft de koffie geen nasmaak, wat uniek is.
Omdat er jaarlijks maar 500 kilo van wordt
verzameld is deze koffie behoorlijk exclusief.
In Nederland is de koffie verkrijgbaar in
verschillende koffiespeciaalzaken.
Een van de eerste dingen die je zal opvallen als je in Indonesie aankomt is de typische geur van de Indonesische kreteksigaretten. De tabak in een kreteksigaret is vermengd met kruidnagel en vaak is het filter ook gezoet waardoor het roken van kretek een zoete ervaring beloofd. De kreteksigaretten zijn zeer populair in Indonesie, de meeste Indonesiers roken liever kretek dan gewone westerse merksigaretten. Er zit vaak twee keer zoveel teer en nicotine in de kreteksigaretten dan in normale sigaretten, desondanks worden er enorme hoeveelheden doorheen gepaft. Aangezien er werkelijk overal wordt gerookt en er ook niet altijd gehoor wordt gegeven aan de rookverboden is Indonesie mogelijk het walhalla voor de gepassioneerde roker. De kreteksigaretten worden met de hand gerold en aangezien zo honderdduizenden mensen voor een schamel loon aan het werk worden gehouden zal men niet snel overgaan tot machinale produktie. Vanuit de regering worden er ook weinig stappen ondernomen om het roken te ontmoedigen. Eind 2003 hebben zowel de wereldgezondheidorganisatie WHO als de Wereldbank er nog bij Indonesie op aangedrongen om de accijnzen te verhogen om het roken te ontmoedigen. In een land dat zwaar onder de economische crisis te lijden heeft gehad en waar de economie juist weer begint aan te trekken zal een dergelijk beleid geen grote prioriteit hebben. Sterker nog, de stijgende lijn in de economie in 2004 betekent een grotere vraag naar de kreteksigaretten wat weer tot een stijging van de productie zal leiden. Volgens de WHO rookt zeker zestig procent van de Indonesische mannen, bij de vrouwen ligt dat percentage op vier procent. Naar schatting van de Indonesische autoriteiten eist de rookindustrie en dan met name het kreteksegment jaarlijks zo'n 57.000 dodelijke slachtoffers op. Het is nog maar de vraag of de plannen voor een actief anti-rookbeleid in 2005 ook daadwerkelijk in werking zullen worden gesteld.
Het meest bekende biermerk in Indonesie en mogelijk ook in de regio Zuidoost-Azie is Bir Bintang. Dit biermerk is afkomstig uit de Heinekenbrouwerijen wat je terugziet in de naam en de vormgeving van het flesje. Bintang betekent namelijk ster en refereert naar de ster van het merk Heineken. Bir Bintang is in het leven geroepen door Heineken om ook aan de lokale wensen van de Indonesiers te voldoen. Het biermerk Heineken wordt in het buitenland namelijk op een andere manier gepositioneerd in de markt als in Nederland. In Nederland is Heineken gewoon een van de bekende biermerken en ben je nu niet meteen supercool als je het drinkt ook al proberen de reclames die boodschap wel over te brengen. In Indonesie en veel andere landen wordt Heineken juist gepositioneerd als premiumbiermerk en ben je natuurlijk ook niet supercool als je het drinkt. Doordat het Heinekenmerk hier symbool staat voor een hogere status zullen anderen die gevoelig zijn voor statussymbolen echter wel sneller geneigd zijn dat te denken. Een zelfde vergelijking kan worden getrokken met McDonalds wat in Indonesie ook meer status heeft. Deze hogere positionering betekent ook dat Heineken in Indonesie relatief duur is net zoals veel andere alcoholsoorten trouwens. De gewone, arme Indonesier kan Heineken simpelweg niet betalen. Om niet alleen de bovenste laag van de bevolking te bereiken is daarom Bir Bintang in het leven geroepen. Bir Bintang is stukken goedkoper in Indonesie dan Heineken en heeft in de loop der jaren een belangrijke plaats in het biersegment weten te veroveren. De meningen over de kwaliteit van Bir Bintang verschillen, de verstokte Heinekendrinker zal Bir Bintang mogelijk niet door zijn strot kunnen krijgen. Het beste kun je echter zelf een Bir Bintang kunnen proberen om daar je eigen oordeel over te kunnen vormen.
Pencak Silat
Een van de belangrijkste stijlen is de TAPAK SUCI, ('de heilige handruk' of 'het reine pad') afkomstig van het eiland (midden-) Java en aangestuurd vanuit Kauman een wijk in Yogyakarta, waar het hoofdkantoor zich bevindt. Tapak Suci is één van de grootste stijlen, zoniet de grootste stijl van Indonesië.
Ontstaan en oorsprong
Doordat in de jungle van Indonesië veel wilde dieren leefden, leerden de Indonesiërs zich een zelfverdediging aan die zich onderscheidde van iedere andere vorm van zelfverdediging. Zij begonnen namelijk de bewegingen van dieren te imiteren. Deze technieken werden steeds verder aangepast en geperfectioneerd. In de loop der tijd zijn er een aantal verschillende vechtstijlen ontstaan. Er zijn meer dan 150 verschillende stijlen met daaronder verschillende substijlen. Hedendaags worden er nog steeds nieuwe stijlen ontwikkeld. Men weet niet presies wanneer deze vechtkunst is ontwikkeld. Men weet wel dat dit een van de oudste gevechtskunsten uit Zuidoost Azië is, namelijk van voor de hindoestaanse tijd.
PERSILAT
De PERSILAT is de wereldfederatie voor Pencak Silat en staat voor Persekutuan Pencak Silat Antarabangsa (Internationale Pencak Silat Federatie). De PERSILAT is een organisatie zonder politieke banden en maakt geen onderscheid tussen ras, huidskleur en geloofsovertuiging. Het is in de eerste instantie opgezet door de Ikatan Pencak Silat Indonesia (IPSI), Persekutuan Silat Singapura (PERSISI) en het Ministerie van Cultuur, Jeugd en Sport uit Maleisië. De PERSILAT hebben een norm opgesteld, waaruit de Pencak Silat bestaat:
- Mental-Spiritual, Mentaal-spiritueel
- Bela Diri, zelfverdediging.
- Seni, kunst.
- Olah Raga, sport en wedstrijd.
Pencak
Silat Mental-Spiritual is de
mentale en geestelijke
ontwikkeling van de Pencak
Silat. Het aspect heeft tot doel
innerlijke rust en geestelijke
balans te verkrijgen. Dit kan op
vele manieren tot uiting komen.
Men kan twee categorieën van
mentaal-spirituele training
onderscheiden, namelijk de
natuurlijke en de
bovennatuurlijke. Met het
natuurlijke bedoeld men het
tastbare zoals
ademhalingssystemen, meditatie
vormen, concentratievormen,
gebed, het verder ontwikkelen
van de zintuigen, enz. Met het
bovennatuurlijke wordt het niet
tastbare bedoeld. Dit wordt ook
vaak de "Ilmu Kebatinan"
genoemd. "Ilmu Kebatinan"
betekent "de kennis/wetenschap
van het innerlijke lichaam en de
geest". Velen zullen dit
samenvatten als mystiek en/of
onmogelijk. Er zijn echter
voldoende voorbeelden te noemen
die al vele Pencak
Silat-beoefenaars hebben
ervaren. Enkele vaak genoemde
termen zijn: het ontwikkelen van
innerlijke kracht (Tenaga
Dalam), het zesde zintuig (Indera
Keenam), de magische
zelfverdediging (Kanuragan),
het oproepen van geesten (Ilmu
Kontak), telepatie enz. Het
aspect Mental-Spiritual
stimuleert motivatie, prestatie,
intensiteit en toewijding.
Pencak Silat Bela Diri heeft zelfbescherming en zelfverdediging tot doel. Hierbij wordt gebruikgemaakt van zelverdedingstechnieken en "Jurus". Pencak Silat Bela Diri is de basis van de overige aspecten. Alle basisvaardigheden worden binnen dit aspect behandelt. Daarnaast zal men een eigen ontwikkeling doormaken, die de zelfverzekerdheid en geestelijke balans stimuleert.
Pencak Silat Seni is gebaseerd op de ontwikkelingen en de modificaties van technieken uit de Bela Diri in harmonie met de esthetische normen en waarden. De esthetische normen en waarden hebben tot doel de schoonheid en sierlijkheid van het Pencak Silat te tonen. Dit aspect wordt ook in competitieverband beoefend en beoordeeld op een tiental criteria, zoals techniek, choreografie, en harmonie tussen beweging en muziek.
Pencak Silat Olah Raga is het sportieve aspect van de Pencak Silat. De Olah Raga technieken zijn gebaseerd op de Bela Diri technieken met inachtneming van de sportieve normen en waarden. De Olah Raga wedstrijdreglementen zijn gebaseerd op stijl (Gaya), techniek (Teknik), tactiek (Taktik) en ethiek (Etik). Daarnaast is het Pencak Silat Olah Raga bedoeld om fysieke kracht en conditie te ontwikkelen en te zorgen voor de gezondheid van lichaam en geest. Dit aspect wordt ook in competitieverband beoefend.
Beleving
Wie iemand pencak silat ziet beoefenen, ziet een soort sierlijke danser. De kracht van de pencak silat komt pas tot uiting wanneer het overgaat in harde, snelle bewegingen. Pencak silat bestaat dan ook uit twee delen. Pencak staat voor: beweging met gecontroleerde, soepele lichaamsbeheersing, die sierlijk is. Silat staat voor: bliksemsnelle beweging, gebaseerd op hardheid met als doel verdediging, neutralisering en tegenaanval.
Een goed geoefend pencak silat beoefenaar zal in het echt nooit aanvallen, maar wacht met veel geduld en beheersing de aanval af om pas daarna zijn technieken te gebruiken in het gevecht. Sommige manieren van pencak silat beoefenen, houden tevens in dat deelname aan sparringen en wedstrijden in de praktijk onmogelijk is, omdat de gebruikte technieken verboden zijn doordat zij een vernietigende uitwerking hebben op de tegenstander.

|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||



































































